Jan Schut Rapidtoernooi

        

Beste schaker,

Op zaterdag 5 september as. wordt voor de vierde keer het Jan Schut Rapidtoernooi georganiseerd. Een goede opwarmer voor deelnemers aan georganiseerd schaken en een prima kennismaking met het spelen van een toernooi voor de liefhebber. We heten iedereen van harte welkom met ons te komen schaken en fijne dag in Lewenborg te beleven.

Bovendien, en dat is nieuw, wordt op dezelfde dag ook in het Wijkcentrum het Dok in Lewenborg, het spannende Groninger Stappenkampioenschap voor de jeugd georganiseerd. De organisatie hiervan is in handen van de NOSBO.

 

Het Rapidtoernooi:

7 ronden  25 min per partij per persoon

Wanneer:   zaterdag 5 september 2025

Inschrijving:   tot vrijdag 4 september 20:00

Hoe laat:    inloop vanaf 9:30, aanmelden tot 10:15

Start toernooi:  aanvang 10:30 met einde rond 18:00

Waar:  Wijkcentrum Het DOK,  Kajuit 4 te Groningen

Inschrijfgeld:  10 euro incl. gratis consumptie (koffie of thee)

Wat te winnen:  de prijzen voor winnaars, rating en jeugd zijn in natura

 

Aanmelden via: JanSchutRapidtoernooi@gmail.com

Inschrijfgeld vooraf voldoen op NL22 INGB 0000 3365 05 o.v.v. Rapidtoernooi.

Contactpersoon Jan Schut Rapidtoernooi:     Ton van Ingen     Tel: 06 – 10443001

Aanmelden voor het Groninger Stappenkampioenschap kan via http://www.nosbo.nl/agenda.

Groninger Combinatie II – Lewenborg I ; 5-3

door: Klaas Dijkhuizen

‘VAR’, dilemma’s en Houdini

’s Nachts na de wedstrijd word ik wakker. Ik loop even in het donker naar de keuken en koekeloer naar buiten. Het is nog aardedonker en de straatverlichting is al minstens drie dagen uit. Het lijkt wel oorlogstijd. Het malen in mijn hoofd was al in de speelzaal begonnen. Bij thuiskomst gaat het ‘vrolijk’ door. ‘Ik had het toch anders moeten doen’, was telkens de gedachte.

Wat had ik anders moeten doen? Het betreft de remiseclaim op zet 42 van mijn tegenstander, Joop Houtman. Ik had gewoon de regels moeten laten toepassen. Maar de combinatie van beduusdheid door de claim in een totaal gewonnen stelling (+4.8 Stockfish), en de twijfel over de exacte FIDE-regels, doen hun werk. De juistheid zou getoetst moeten worden in de analysezaal en dit alles brengt je van slag. In elk geval haalt het je totaal uit de wedstrijd. Daarvoor speelde ik een partij uit één stuk. Pion voorsprong voor wit en een nagenoeg machteloze verdediging bij de tegenstander.

De ervaren wedstrijdleider is Wim van Beersum. Hij had eerst de simpele vraag moeten stellen: “Wie is er aan zet?” Dat was ik, en ik claimde geen remise. Conclusie: van een correcte claim was geen sprake. Dus moest en kon er doorgespeeld worden. De claimende speler moet de 3e zetherhaling namelijk noteren, maar niet uitvoeren, dan de klok stilzetten en de wedstrijdleider er bij roepen en. Joop had de zet dus wel uitgevoerd. Achteraf gezien bleek ik de regels wel goed te kennen. De ‘VAR’ heeft hier een beetje gefaald naar mijn mening.

Natuurlijk, ik had gemakkelijk mijn Th2 (eerst van de e-lijn naar de h-lijn, daarna twee keer verticaal naar h2) op een ander h-veld kunnen neerzetten, maar de eerste switch telde ik onbewust niet mee. De wedstrijdleider murmelde wat over de analyse in de zaal er naast. Ik was echter al van slag en accepteerde de frustrerende remise, want Joop is een ‘vette vis’ met 150 ratingpunten meer.

Mijn dilemma achteraf. Natuurlijk, Joop heeft een hoog sympathie-gehalte, maar ik denk nu toch dat ik ‘de regels volgen’ had kunnen eisen. Niets onsportief aan. Iedere schaker heeft immers een plicht de regels te kennen en te leren.

Op naar de overige partijen op volgorde van uitslag. Gemiddeld was ons team 116 ratingpunten zwakker en dus was Lewenborg de underdog. Een compliment voor de gastheer. In een supervolle speelzaal begon de wedstrijd nagenoeg op tijd.

Bord 5 – Marcel Pouw (LB, wit, 1900) – Robert Leenes (GC, 2008): 1-0

Marcel deelde als eerste een dreun uit. In een Konings-Indische partij wist hij een paard op e6 te plaatsen en te laten ruilen, maar wel met een gevaarlijke e6-pion als compensatie. Hoe het slot verliep, heb ik gemist.  Met 4½ uit 7 is Marcel de topscorer van onze club geworden.

Bord 1 – Klaas Dijkhuizen (LB, wit, 1979) – Joop Houtman (GC, 2139): ½-½

Joop trof ik één keer eerder in een serieuze partij. Dat was al langer geleden dan ik dacht t.w. op 30 december 1980 in de laatste ronde van het Gasunie-toernooi. Joop had destijds meer van het toernooi verwacht en de motivatie was al lichtelijk verdwenen. Ik verwachtte niets van het toernooi en ging er gewoon elke ronde voor. In een Konings-Indiër won ik destijds met wit na ruil op f6 en K-aanval. Nog ‘vers’ in het geheugen.

Gisteren, na 46 jaar, de mogelijke revanche voor Joop. Dit keer kwam een Engelse opening op het bord met fianchettospel aan beide kanten van beide spelers. De zwarte loper op b7 stond echter ongedekt.  In een gelijkwaardige stelling kiest zwart plotseling voor f5. Het is eigenlijk gelijk uit. Met Pd4 wordt gelijktijdig pion e6 (en indirect Dd8 en Tf8) en de ongedekte loper op b7 onder vuur genomen. Zwart moet slaan op g2, ik sla tussendoor op e6, win een kostbare pion en behoudt daarnaast een ijzeren stelling met potentiële vrijpion. Met een dikke plus op de SF-teller gebeurt dus vervolgens bovenstaande zoals beschreven in de inleiding.

Bord 8 – Don van Ravenzwaaij (GC, wit, 1843) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1697): 1-0

Boudewijn koos volgens mij voor de Pirc-verdediging en fianchetto op de K-vleugel. Veel heb ik er niet van gezien, maar bij de laatste blik stonden er plotseling twee witte pionnen dreigend op g6 en h6 en de zwarte Koning dus in het nauw. Het lukte Boudewijn niet om aan dit geweld te ontsnappen.

Bord 2 – Adrian Clemens (GC, wit, 2109) – Bruno Jelic (LB, 2084): 1-0

Ook hier een Konings-Indiër. Adrian speelde voortvarend de hele D-vleugel naar voren en leek daar de kansen te zoeken. Bruno moest het hebben van de K-vleugel met de opmars f5. Wie het hardste naar voren durft te rennen, heeft vaak kansen op de winst.

Toen ik later de situatie nog eens bekeek, was Adrian plotseling ook nadrukkelijk op de K-vleugel aanwezig met zelfs grotere dreigingen richting de Koning dan Bruno.  Niet veel later kwam ook Bruno de analysezaal binnen met de melding, dat hij verloren had.

Bord 3 – Hiddo Zuiderweg (LB, wit, 1962) – Mathijs Huiskes (GC, 2032): 0-1

Hiddo begon iets later aan de partij, maar dat weerhield hem er niet van om al snel een mooie aanvalsstelling op te bouwen. Ld3, Ld4, Th4 en Dh3 en een halfopen zwarte K-stelling. Dat kon niet misgaan, was mijn indruk.

Maar…. Dh3 had mogelijk met pion g4 moeten worden voorbereid volgens de analyse achteraf. Nu kon zwart nog net op tijd zijn troepen reorganiseren en het initiatief meer en meer overnemen. Hiddo kon het tij niet meer keren. Een gemiste kans op winst leek het wel.

Bord 7 – Johan Jans (LB, wit, 1732) – Edwin Zuiderweg (GC, 2043): 0-1

De tweede Zuiderweg was de tegenstander van onze invaller Johan. Ruim driehond ratingpunten verschil. Dat is dus heel veel. Ook hier een Engelse opening met langdurig manoeuvreerwerk aan beide kanten. Johan hield met degelijk openingsspel en middenspel het tot bijna aan het einde van de avond vol. Ondertussen vermoedelijk stilletjes hopend op een mogelijke remise. Maar stapje voor stapje werd zijn stelling onder steeds grotere druk gezet om daar na drie uur toch onder te bezwijken.

Bord 6 – Peter Hendriks (GC, wit, 1936) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1874): ½-½

Jan Wiebe begint langzamerhand de Houdini van de club te worden. Hoe vaak hij inmiddels weet te ontsnappen uit ogenschijnlijke onmogelijke precaire situaties is ongelooflijk. Peter Hendriks wist in de partij de druk enorm op te voeren. Zwarts’ koningsstelling moest haast wel een keer bezwijken onder de druk van pionnen op e6, f5, Toren en Dame was telkens mijn indruk in het voorbijgaan.

Jan Wiebe vocht echter voor wat hij waard was, kwam telkens met originele verdedigingszetten en na een dikke drie uur spelen wist hij opeens een degelijke verdediging te bereiken met gelijkwaardig materiaal. Ergens zou Peter iets moeten hebben gemist, maar ‘achteraf de koe in de kont kijken’ kunnen we allemaal.

Bord 4 – Govert Pellikaan (GC, wit, 1999) – Ton van Ingen (LB, 1953): 0-1

Ton en Govert maakten er weer iets moois van. Met ook hier Konings-Indisch, een lange witte rokade en ruil van de dames op d8 en geen zwarte rokade werd het een bijzondere partij. Lang leek Govert het betere van het spel te hebben, maar ook Ton is een ontzettend taaie verdediger. Langzaam maar zeker lukte het hem om aan de witte druk te ontsnappen.

In de eindfase werd het spectaculair. Ton zijn koning stond als een echte veldheer tussen de troepen op een kale D-vleugel, maar hij beschikte daar wel over een Ta2 en de b- en c-pion. Paard en Loper als reserve op de bank. De c-pion als speerpunt van de K-aanval. Verrassende zetten van beide kanten passeerden de revue, maar met minuscule stapjes van zwart kwam de overwinning toch meer en meer in zicht voor Ton. Tussendoor meende ik met Pd4 (na Lh3) nog een snel mat te zien voor Ton, maar hij koos voor zekerheid en overzichtelijkheid.  Met Toren en twee pionnen (zwart) tegen Toren werd het pleit beslecht. De klok liep inmiddels naar twaalven.

Epiloog

Een mogelijk gemiste winst van Hiddo en een extra halfje van mijn kant, samen met het mooie halfje van Jan Wiebe, had theoretisch dus winst op kunnen leveren. Het mocht niet zo zijn. Nog eens de keiharde cijfers in tabelvorm hieronder.

Externe partij Jouke tegen Valthermond

Jouke speelde in de externe wedstrijd Valthermond I – Lewenborg II

Lewenborg I – Leek I ; 5-3

Verrassende winst Lewenborg 1 tegen Leek 1

Door: Klaas Dijkhuizen

Dinsdag 17 maart bleek maar weer eens dat het schaakbord vierkant is. Tegen Hoogezand-Sappemeer werd het een maand geleden tegen de verwachting in een nederlaag en gisteren was het omgekeerde het geval.  Een leuk partijtje van Marcel Pouw is ter illustratie hieronder toegevoegd.

Heel laat moest ik nog op zoek naar een invaller, omdat onze hoogste ratingspeler Bruno Jelic nog afzegde. De invaller werd Flip van ’t Riet. Dat betekende echter ook weer geschuif in de beoogde opstelling, rekening houdend met de kleurverdeling en voor Douwe opnieuw een nieuwe interne competitie-indeling.

’s Middags kregen we nog op het laatste moment te horen, dat onze vaste zaal vanwege verkiezingsperikelen of iets dergelijks niet voor ons beschikbaar was. Dat betekende een noodoplossing. We verhuisden naar de begane grond. De bibliotheek werd eenmalig de speelzaal. Het was behelpen, omdat tafels, stoelen en licht van felle spotjes (schaduwen op het bord) niet perfect was, maar dat is natuurlijk ook een kwestie van persoonlijke voorkeuren. Als compensatie kregen we de thee en koffie gratis. Er zijn ergere dingen in de wereld.

Verzwakt (gemiddelde rating 1847-1935) begonnen we dus aan de wedstrijd, maar later bleek dat ook Leek niet in de sterkste stelling was komen opdagen. Op naar de wedstrijd, op volgorde van uitslag.

Bord 3 – Kees Praagman (Leek, wit, 1956) – Hiddo Zuiderweg (LB, zwart, 1960): ½-½

 Hier kwam een Franse verdediging op het bord. De heren waren niet echt strijdlustig deze avond en maakten er al vrij snel remise van.

Bord 4 – Marcel Pouw (LB, wit, 1872) – Tobias van Essen (Leek, 1861): 1-0

 Vrijwel gelijkwaardig in rating, maar het werd een korte en vlotte aanvalspartij. Met commentaar van uw verslaggever volgt hier de partij.

Bord 1 – Aldert Jan Keessen (Leek, wit, 2136) – Klaas Dijkhuizen (LB, zwart, 1968): ½-½

 Na jaren weer eens het Frans van stal gehaald met zwart. Het werd geen doorschuifvariant, want Aldert Jan ruilde op d5. Even leek het er in de opening op, dat zwart pion h7 onvoorzien cadeau moest doen, maar Aldert Jan ging er niet op in. Vanwege een complete ontwikkeling bij zwart leek de zaak dan ook met een pion minder in evenwicht.

Je bent desondanks na zo’n lange tijd (ruim 40 jaar geen Franse opening meer) natuurlijk niet op superbekend terrein. Even later dacht ik Pf3 te pennen, maar het simpele Pf3-g5† werd totaal niet gezien. Het geluk was aan mijn zijde, want ik had tussentijds wel f6 gespeeld en daarmee werd materiaalverlies voorkomen.

De stelling vervlakte en ik bood op de 21e zet remise aan en dat werd geaccepteerd. Het werd daarmee zowaar een vroegertje dit keer. Het was nog ver voor tienen.

Bord 2 – Ton van Ingen (LB, wit, 1946) – Sander Westerlaan (Leek, 2139): 0-1

Bijna 200 ratingpunten verschil, maar dat was gisteravond niet te merken. Sterker nog, Ton bouwde voor de zoveelste keer dit seizoen een superstelling op met het London-systeem (d4, Lf4). Vaak heeft hij de laatste maanden desondanks het deksel op de neus gekregen, omdat de genadeklap niet werd gevonden. Beiden rokeerden lang. Zwart leek helemaal platgedrukt te worden en had vele stukken die noodzakelijk ‘op stal’ stonden bij gebrek aan ruimte.

Ton ging langdurig op zoek naar een geforceerde materiaalwinst, mataanval of groot positioneel voordeel. Hij vond het niet. Gefocust op de zwarte koning en het centrum lette hij niet op na zwarts simpele g6. Na Ton’s eerdere lange witte rokade volgde niet het vrijwel standaardantwoord Kb1, maar later wel een dame op f4. De schok was groot toen Sander een zet later genadeloos Lh6 speelde. De penning was direct fataal. Ton gaf op.

Bord 6 – Ramon Middeljans (LB, wit, 1835) – Pieter Doller (Leek, 1829): 0-1

Na een Pirc-opening (e4-d6) leek Ramon weer met creatief spel richting de winst te gaan. De zwarte K-stelling was gedeeltelijk open en met een goed plan mogelijk ook open te breken. Pieter zette tussendoor zijn pionnen op de D-vleugel in beweging. Toch beging Ramon in het middenspel enkele onnauwkeurigheden, offerde of raakte een stuk kwijt, en de mogelijke winst raakte uit zicht. Pieter loste zijn moeilijkheden op en met de materiële voorsprong was het daarna niet zo moeilijk meer om de winst binnen te slepen. De tussenstand 2-3.

Bord 7 – Martien Veldman (Leek, wit, 1757) – Flip van ‘t Riet (LB, zwart, 1659): 0-1

Flip werd dus op het laatste moment onze invaller. Het begin van zijn partij heb ik grotendeels gemist. In het eindspel moest hij met dame, loper en drie pionnen opboksen tegen dame, paard en vier pionnen. De stelling oogde beter voor wit. Martien ging dan ook voor de winst en Flip zette zijn koning in de hoek en speelde wat met zijn loper heen en weer. Hopend op een doorbraak van één van zijn pionnen op de D-vleugel (twee tegen één). Vanzelfsprekend zou hij ook met remise tevreden zijn geweest.

Opeens was er ‘tumult’. Martien blunderde en reikte, licht mompelend, vrijwel direct de hand ten teken van overgave. Flip had echter de blunder nog niet direct opgemerkt, begreep het even niet helemaal, en dacht dat hij remise voorstelde. Martien was zo eerlijk om zijn overgave nog eens te benadrukken en dus was het plotseling weer 3-3.

Bord 8 – Boudewijn Hoogeboom (LB, wit, 1682) – Frans Huisman (Leek, 1787): 1-0

Boudewijn bereikte ook een prima stelling in het middenspel. Twee potentiële vrijpionnen op de c- en e-lijn, gedekt door Ld5, maakten het mogelijk om een toren voor een loper te offeren. Anders moest hij zich verzoenen met eeuwig schaak. Of de computeranalyse zijn keus goed vond, weet ik niet, want de stelling leek moeilijk te beoordelen. Frans raakte in tijdnood echter volledig de kluts kwijt. Een logisch schaakje op h8 werd niet gespeeld. Hierna had hij op de achterlijn Boudewijn zijn pionnen mogelijk onder vuur kunnen nemen. Hij speelde het niet, erger nog hij speelde Tg8. Boudewijn keek zoals Kasparov ooit naar Karpov keek in hun WK-tweekamp. Hij geloofde zijn ogen niet, maar sloeg gelukkig voor Lewenborg wel toe. Na enige tijd volgde Ld5 x Tg8 en zwart kon opgeven. Alweer een meevaller. Tussenstand 4-3.

Bord 5 – Jonathan Hannessen (Leek, wit, 2015) – Jan Wiebe van Veen (LB, zwart, 1852): 0-1

Ook bij Jan Wiebe kwam een Pirc-opening op het bord. Hij bereikte ook een positioneel betere stelling, maar wel heel gesloten. Een doorbraak leek er langere tijd voor beiden niet in te zitten. Wit sloeg een remiseaanbod af. Jan Wiebe kreeg via het centrum, m.n. langs de e- en f-lijn, in de slotfase beweging in de stelling. Zowel de e- en f-pion begonnen aan een opmars richting promotieveld. Ondanks twee witte torens en een dame was er geen kruid tegen gewassen en opeens was het compleet uit na een vork op e2 bij de torens.

‘Het kan verkeren’, zei Bredero al eens en dat bleek vanavond weer eens. Eindstand 5-3. Wel heb ik me weer eens verbaasd over het verschil in rating hier en daar in ons nadeel. Uit het spel leek de rating, qua stijl en sterke en mindere zetten, soms totaal niet bij het niveau van de rating te horen. Raadselachtig.

Gedetailleerde uitslag: https://nosbo.netstand.nl/rounds/view/413

HSP/Veendam I – Lewenborg I ; 5½-2½

Terug naar ‘de Kern’. Lewenborg 1 verliest in Hoogezand

door: Klaas Dijkhuizen

‘When the night has come, and the land is dark, …’

De begintekst van ‘Stand by me’ van Ben E. King (1961). Een wonderschoon nummer gecombineerd met een klassiek orkest. Het is dinsdagavond 17 februari tegen half twaalf en ik rij in zware gedachten terug naar huis in Ten Boer. Het is een toepasselijke tekst na een dramatische avond in Hoogezand. Het nummer is volledig passend bij de duisternis en de status van de hersenpan. Maar, ‘No one stands by me’ op dat moment. Ik was alleen.

HSP/Veendam 1 was in de 5e ronde de tegenstander in wijkcentrum ‘de Kern’ in Hoogezand. Op papier was HSP zo’n 50 ratingpunten zwakker. Voor beide teams stond er niets meer op het spel, behalve de eer. Rudy Frieswijk was opnieuw invaller, omdat Hiddo Zuiderweg het jeugdschaak op zijn agenda had staan. Eerlijk gezegd, vooraf dacht ik niet dat we gingen verliezen. Dat bleek dus een misvatting.

Op volgorde van uitslag wat toelichtingen per partij.

 

Bord 4 – Bart Romijn (HSP, wit, 1838) – Marcel Pouw (LB, 1857): 0-1

De wedstrijd was eigenlijk nog maar net op gang toen Marcel me na een dik kwartier al mededeelde dat hij gewonnen had. Na een kleine dertien zetten was wit in nadelige zin in een voortreffelijke openingsvoorbereiding van Marcel getrapt en kennelijk ook op beslissende achterstand gezet.

‘De eerste klap is een daalder waard’, denk je dan. Maar gezegden zijn niet altijd een goede voorbode, bleek vanavond. Bart was zelf hierna al snel met maatschappij ‘de Noorderzon’ vertrokken naar elders. Enigszins begrijpelijk.

 

Bord 5 – Ramon Middeljans (LB, zwart, 1840) – Arjen Waijer (HSP, 1830): 0-1

Het lukte Ramon ook nu weer om het bord al snel in vuur en vlam te zetten. Na e4 en e5 volgde al snel f4 en daarna een riskante witte lange rokade. Arjen kon via de half open c-lijn de witte koning onder vuur nemen. Een penning van wits dame op de e-lijn maakte het nog lastiger voor Ramon.

Toch kroop hij stapje voor stapje uit de gevarenzone en leek in het middenspel zelfs weer een interessante en levensvatbare stelling op het bord te krijgen naar mijn beoordeling. Hierna kan ik dezelfde tekst als in de wedstrijd tegen Groningen weer gaan herhalen. Opeens stond de beginopstelling weer op het bord en Ramon rondlopen. Hij had verloren en ik had weer de hele slotfase gemist.

 

Bord 6 – Lucien Jerphanion (HSP, wit, 1826) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1850): ½-½

Van Jan Wiebe zijn partij heb ik eigenlijk niet veel meegekregen. Remise.

 

Bord 7 – Rudy Frieswijk (LB, wit, 1720) – Kor Drenth (HSP, 1796): ½-½

Rudy kwam net als in zijn vorige invalbeurt weer met een goede stelling in het middenspel terecht. Met Pd6, gedekt door c5, wist hij dreigend de zwarte stelling binnen te dringen en daarmee de zwarte torens grotendeels lam te leggen. Voor mij leek het, dat hij vervolgens met zijn Dame en eigen torens de zwarte K-vleugel onder vuur kon nemen.  Daar is het kennelijk niet van gekomen. Opeens werd de vredespijp gerookt.

 

Bord 8 – Martin Hartman (HSP, wit, 1687) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1703): 1-0

Boudewijn kwam in een volledig gesloten en dichtgeschoven betonstelling terecht. Ogenschijnlijk was er geen enkele kans op offers of andere winnende strategieën. Er was maar één mogelijkheid voor beide en dat was loeren op een doorbraak via de a-lijn. Dat leek me echter redelijk gemakkelijk voorkomen te kunnen worden.

Ik zag Boudewijn opeens de noodzakelijke verdediger Pb6 terugtrekken en had er direct een slecht gevoel bij. Even later rolden dan ook de witte torens als een tankbataljon al bij zwart naar binnen. ‘Operatie Barbarossa’ bijna voor de kenners van WO II onder ons. Het was en leek direct beslissend. Tussenstand: 3-2 voor Hoogezand. Nog drie partijen, t.w. bord 1-3.

 

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, 2097, wit) – Wiebe Wielenga (HSP, 2003):  ½-½.

Bruno kwam in een Konings-Indische-partij terecht met f3 en zwart die aan beide kanten van het bord voor een fianchetto kiest. Via de h-lijn, na een lange rokade van wit, lijkt Bruno de beste kaarten in handen te hebben, mogelijk zelfs een winnende stelling. Toch wordt door wit een winnende combinatie en/of voortzetting niet gevonden. Zwart weet zelfs langzaam maar zeker alle aanvallende impulsen van wit te neutraliseren. De heren besluiten vervolgens het maar bij remise te houden.

 

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, wit, 1974) – Sander Sprik (HSP, 1892): 0-1

Ton kreeg weer het London-systeem op het bord. Volgens Nick Maatman nog steeds een saai systeem in zijn DVHN-rubriek. Voor de ‘echte schaakdeskundigen’ is het een opening, die bijna altijd tot aanvallend spel voor wit leidt als zwart niet actief speelt in de opening. De offermogelijkheden en lange-termijn-combinaties zijn vaak talrijk en schitterend. Ik kan het niet genoeg promoten.

Laten we kort en bondig zijn. Ton kreeg een totaal gewonnen stelling op het bord. Hij kon de genadeklap in twee zetten uitdelen ergens in het middenspel, maar koos voor een alternatief. Het bleek een kostbare beslissing. Sander drong nu zelf de kale witte stelling binnen en nam de Ton’s koning en pionnen gevaarlijk onder vuur. Ton kon er uitgeblust niets meer tegenover zetten en verloor.

 

Bord 2 – Erwin Reintke (HSP, wit, 1758) – Klaas Dijkhuizen (LB, 1975): 1-0

Meer dan 200 ratingpunten verschil. In de Aljechin achter het bord heb ik er niet veel van gemerkt. Op mijn eigen terrein, ik speel het al zo’n dikke dertig jaar, zou ik moeten weten waar ik op moet passen. Ik kom nog wel zonder problemen in een comfortabele stelling en zie aan het hoofdschudden van mijn tegenstander dat hij op onbekend terrein is.

Toch verslap ik even. Op zet 12-15 kom ik met achtereenvolgens d5, e5, f5 en f4. De laatste twee zetten zijn dan al ‘bewust’ dubieus. Omdat ik, na 14. c5 van wit, pionverlies over het hoofd zag, gooide ik daarom de knuppel maar in het hoenderhok. Stockfish meldt vanwege de goede opstelling van zwart zijn stukken slechts een klein minnetje. Ik had dus het pionnetje met een fraaie combinatie (niet opgemerkt) dan wel verloren, maar met een acceptabele en speelbare stelling. Erwin bleef na f4 stoïcijns en wikkelde en ruilde beheerst af naar een degelijke stelling met zelfs twee pionnen voorsprong. Het was kansloos voor ondergetekende en in het verre eindspel moest ik hem de hand reiken. Vervolgens mocht ik thuis de resterende haren uit het hoofd rukken en nog langdurig voor mij uit staren.