Senioren extern

NOSBO beker: winst en verlies voor Lewenborg in ronde 1

Door: Klaas Dijkhuizen

Dinsdag 26 november. Zowel Lewenborg 1 als 2 spelen in Het Dok hun eerste bekerwedstrijd. Lewenborg 1 tegen Van der Linde 1, en Lewenborg 2 (rating gemiddeld 1822) tegen HSP/Veendam 1 (ook 1822). Tegenslag was er voor Van der Linde, die ook al in april nog met 8-0 door Lewenborg werd verslagen. Na eerst hun sterkste speler Bert van der Leest te zien afzeggen wegens ziekte, moest ook een tweede speler zich afmelden. Een verzoek om de wedstrijd later te spelen, kwam een beetje laat op de dag en was daarom lastig of beter gezegd niet meer te honoreren. Met enige moeite, maar wel ernstig verzwakt qua speelsterkte, kwamen ze gelukkig nog wel met een viertal spelers opdraven. We beginnen echter met een terugblik op de spannendste wedstrijd van de avond en dat was die van Lewenborg 2.

Lewenborg 2 begon met een tamme en vreedzame remise. Aan bord 2 speelde Marcel Pouw (wit, 1854) tegen Bart Romijn (1812). In hoog tempo werden er na d4-opening een twintigtal zetten gespeeld waarna de vredespijp ‘buiten’ werd gerookt. Heel anders ging het toe aan de overige drie borden. Daar gebeurde zoveel, dat er in hoog tempo van links naar rechts moest worden geswitcht om maar niets te missen van drie superspannende partijen. Ver na elven werd de strijd pas beslist aan deze drie borden. Een strijd op leven en dood.

De eerste van deze drie die uit was, was Douwe Pol. Hij speelde met zwart aan het derde bord een bijzonder moeilijke partij tegen Kor Drent. Beiden hebben een rating van 1809. In het middenspel lukte het Kor twee verbonden vrijpionnen op de a- en b-lijn te krijgen (a4 en b5), ondersteund door D, 2x T en Loper. Douwe kreeg als compensatie een vrije c-pion op c4. Wie de partij in zijn voordeel leek te gaan beslissen, was zelfs aan de zijlijn heel moeilijk te beoordelen. Dat het geen remise zou worden, was wel vrij zeker. Belangrijk was vooral het in bedwang houden van de zenuwen vanwege de vrijpionnen. Continu moest de doorbraak richting promotieveld beoordeeld en berekend worden. Desondanks, eerst gaf ik Kor toch de meeste kans op winst. Factor twee in dit spektakel waren echter de zenuwen en hoe deze in bedwang te houden.

Douwe besloot op het juiste moment zijn vrijpion in beweging te zetten. Een paar zetten later stond deze op c2, geblokt door Dc1. Nog steeds lijkt wit, Kor, een tikkeltje beter te staan, maar hij begon zenuwachtiger te spelen met verdedigende zetten. Vermoedelijk had hij ook sneller moeten proberen zijn pionnen in beweging te krijgen. Daarnaast ziet hij een enorme verrassing van Douwe niet aankomen. Via Dc3 kan Douwe namelijk plotseling de Toren op a1 slaan met het offeren van de Dame. Wit moet terugnemen met zijn Dc1 en pion c2 kan vervolgens promoveren. Zwart heeft dan een toren voorsprong. De a- en b-pion van wit kunnen ondanks eendrachtige samenwerking niet meer de overkant bereiken. Kor geeft op, en Douwe kan weer een mooie en goed gespeelde partij op zijn conto bijschrijven. Tussenstand 1½-½.

Aan bord 1 speelt Jan Wiebe van Veen (zwart, 1870) tegen teamcaptain Sander Sprik (1874). Het lukt Sander langdurig om het zwart zo moeilijk te maken met dreigingen, dat Jan Wiebe niet aan rokeren toekomt. Toch, ondanks de koning in het centrum was de stelling zo compact, dat een gemakkelijke doorbraak ook niet snel mogelijk was. Jan Wiebe had wel continu het gevoel, dat hij alleen maar aan het ‘keepen’ was en dat slokte enorm veel speeltijd op. Met weinig tijd op de klok besluit hij als nog te rokeren. Drie zetten later staat hij de kwaliteit achter. Toch is de stelling nog steeds ingewikkeld. Ook Sander heeft steeds minder tijd en besluit in de slotfase een loper te offeren. Jan Wiebe neemt deze en dat betekent, dat hij de Df8 moet ruilen tegen een Toren. Toen de rookwolken een beetje waren opgetrokken had Sander alleen nog de Dame en een zestal pionnen en Jan Wiebe Lg7, Tc7, Pa7 en wat minder pionnen. Qua stukcompensatie leek het aardig in evenwicht, maar Sander kon na de offers en de heksenketel er na ook nog Db6 spelen. Eén van de twee stukken van zwart (op c7 en a7) zou daarom wegens een pion op b7 het onderspit delven. Zelfs met T+L kan je het dan de tegenstander soms moeilijk maken, maar de vele pionnen van wit zouden vermoedelijk vroeg of laat de doorslag geven. Jan Wiebe liet het zich niet meer bewijzen en gaf op. De stand nu: 1½-1½. Bord vier moest dus de beslissing brengen.

Bord 4. Daar zit Boudewijn Hoogenboom (wit, 1754) tegen Arjen Draijer (1792) te spelen. Ook hier zien we een supermoeilijk midden-en eindspel. Zwart valt pionnen op de a- en b-lijn aan, maar heeft een Lb7 die door eigen en Boudewijn zijn pionnen is opgesloten op de damevleugel. Boudewijn weet pionverlies in lichte tijdnood en met moeilijke stelling met precies spel en op originele wijze te voorkomen. Zwart geeft nog wel op het laatst een schaakje op de onderste lijn zonder dreiging. Boudewijn, al lang in tijdnood, kiest voor vluchtveld Kh2. Het is zijn eerste iets zwakkere zet, want beter was Kf2 om de stukken in het centrum te ondersteunen. Toch was er nog niet zoveel aan de hand als hij zijn pionnen maar liet staan op de K-vleugel, zijn Paard op c5 zet en met de toren op een gunstig moment naar de overkant brengt. Mogelijk staat hij vanwege het betere en actievere stukkenspel dan zelfs iets beter, maar ik geef toe dat het dan nog steeds een moeilijk eindspel geweest zou zijn. Boudewijn zit daarnaast dus ook nog eens in tijdnood, of beter gezegd nog steeds.

Dan besluit zwart iets te ondernemen op de K-vleugel met zijn pionnen. Zolang wits pion maar op f5 bleef staan, zou er dan nog steeds niet al te veel aan de hand zijn. En pion f5 werd goed ondersteund, dus de zwarte loper kon niet in actie komen. Toch wordt er opeens door wit geruild door f5 en op e6. Zwart zijn loper komt daardoor tot leven. Wit ruilt ook nog eens zijn sterke paard en de zwarte koning dreigt opeens via het centrum binnen te marcheren. Of dit laatste op dat moment nog te verhinderen was, kan ik niet goed zeggen. Wit’s koning stond echter op h2 en dat bleek te ver weg. Zwart kan wit zijn a- en b-pion veroveren en het is direct uit. Boudewijn geeft op. Zo mooi verdedigd en gespeeld in tijdnood, dan is zo’n nederlaag heel jammer en heel frustrerend. Lewenborg 2 verliest dus met 1½-2½.

 

Over Lewenborg 1 kunnen we kort en bondig zijn. De tegenstander was verzwakt en daarom zelfs veel te zwak om het ons moeilijk te maken. Alleen ik (bord 1, zwart) gooide als ‘Sinterklaas’ nog een ‘pepernoot’ in de hoek. Ik gaf pardoes pion d4 cadeau. De stelling oogde vervolgens als beton voor wit, Henk de Ridder (1751), die ondanks deze voorsprong direct ook maar remise voorstelde na 15 zetten.  Ik kon alleen maar met veel risico doorspelen en accepteerde het dus min of meer noodgedwongen.

Aan bord 2 had Bruno Jelic (wit) een plus van 380 ratingpunten tegen. Ook hij kreeg direct ‘het paard van Sinterklaas’ c.q. Fred Visschers cadeau en maakte het af met een aanval op de koning.

Aan bord 4 had Hiddo Zuiderweg zelfs 1990 ratingpunten meer tegen Jaap Dijkstra. Na een e4-e5-opening besliste Hiddo (wit) de partij in het middenspel met het doorschuiven van pion d5 naar d6. Gelijktijdig daarmee zwart met Lc4 schaak zettend en de dame op c7 aanvallen. Jaap gaf direct op.

Aan bord 3 kreeg Ton van Ingen (zwart) nog redelijk goed tegenspel. Zijn koning, zonder al te veel bescherming, kon in het middenspel misschien worden aangevallen. Dat gebeurde echter niet. Het was juist Ton, die ergens in het middenspel beslissend toe kon slaan met dreiging van een K-aanval of stukwinst.

Lewenborg 1 wint met 3½-½ en gaat dus door naar de 2e ronde. Voor het 2e team is het al dus weer over en uit.

Lewenborg I – Hoogeveen I : 4-4

door: Klaas Dijkhuizen

Gisteravond speelden we thuis tegen Hoogeveen 1. Even verkeerde ik in de veronderstelling, dat we vorige keer ook thuis tegen onze bezoekers speelden, maar dat was een misvatting. Op 8 april jl. verloren we in Hoogeveen namelijk nipt met 4½-3½. Hoogeveen verloor wel dik in de eerste ronde van deze competitie, namelijk met 1-7 tegen Groninger Combinatie 2. Kortom, een slechte start voor onze gasten. Lewenborg 1 won in ronde 1 met 5½-2½ van ESG 1.

Toch tijd om revanche te nemen voor de nederlaag, denk je dan. Dat moet kunnen, beter gezegd ‘er is een kans’, als we in onze sterkste opstelling spelen. Immers, Hoogeveen 1 beschikt wel over vier >2000 ratinghouders. Maar….Bruno Jelic meldde zich af en een paar dagen later ook Ramon Middeljans. Net als bij de vorige ontmoeting moest ik ook nu een beroep doen op Douwe Pol en Albert Prins om in te vallen. Zij stelden niet teleur.

Qua rating (gemiddeld) waren de teams in evenwicht. Dat gold echter niet voor elk bord. Het grootste verschil was er aan bord 1 en 8 t.w. 162 (nadeel) en 233 (voordeel) punten. Ton ging dus met zwart al bij voorbaat een zware avond tegemoet. Nog meer verschil zien we bij Albert aan bord 8, maar dan in het voordeel van Lewenborg. De rest van de borden kenden verschillen tot 80 ratingpunten, de ene keer in het voordeel, de andere keer in ons nadeel. Theoretisch zou er dus een 4-4 uitslag moeten uitrollen, en ik kan het nu wel verklappen, de theorie werd ook de praktijk.

Of ik nog steeds zenuwen ken en heb voorafgaand de wedstrijd, weet ik eigenlijk niet, maar feit is wel dat ik weer eens slecht sliep voorafgaand de wedstrijd. Alle concentratie was nodig voor de tegenstander en van veel partijen heb ik tot mijn spijt maar weinig meegekregen.

De uitslag was als volgt:

Lewenborg I Rating Hoogeveen I rating
Ingen van, A.S.P. (Ton) 1981 Mellema, A. (Andries) 2143 0 – 1
Zuiderweg, H.J. (Hiddo) 1990 Mostert, D.C.J. (Davin) 2007 ½ – ½
Dijkhuizen, K.G. (Klaas) 1965 Berghuis, M. (Marten) 2044 ½ – ½
Pouw, M. (Marcel) 1854 Broertjes, S.G. (Stephan) 1851 ½ – ½
Veen van, J.W. (Jan Wiebe) 1870 Stallinga, R.M. (Robert) 1916 1 – 0
Pol, D. (Douwe) 1809 Witkamp, T.F. (Theo) 1730 1 – 0
Hoogeboom, B. (Boudewijn) 1754 Vegt van der, E. (Els) 1835 0 – 1
Prins, P.A. (Albert) 1755 Lok, R. (Roan) 1522 ½ – ½
Gemiddelde rating 1872 Gemiddelde rating 1881 4 – 4

Bord 1:

Ton (zwart) kreeg heet dus inderdaad ook zwaar tegen Andries Mellema. In een bijzondere variant van de Caro Kann gingen beide dames al vroeg het veld in met lichte dreigingen richting pionnen en stukken. Toch oogde de stelling van Andries al snel even wat ‘gebruiksvriendelijker’. Van Ton begreep ik, dat hij het langzaam maar zeker steeds moeilijker kreeg en langzaam werd weggedrukt. Ton kon het tij niet meer keren en verloor.

Bord 2:

Hiddo (wit) zette, lichtelijk verkouden, een Siciliaan met Lb5 op het bord tegen Davin Mostert. Naar eigen zeggen speelde hij teveel zonder plan. Positioneel kende zijn stelling desondanks geen of niet direct zichtbare zwaktes. Gelukkig kon ook Davin niet iets gevaarlijks op touw zetten. Halverwege de avond werd daarom de vredespijp gerookt en dus tot remise besloten.

Bord 3:

Bijna traditioneel zat ik (Klaas) weer het langst te schaken. Na een opening van e4, e6, b3 en Pf6 moest ik met minder ruimte dan tegenstander Marten Berghuis proberen de stukken te ontwikkelen. Dat ging moeizaam. Ook een potentiële pionnenopmars op de damevleugel moest ik inschatten qua risico’s. Heel lang vond ik mijn stelling niet optimaal, maar de analyse met Stockfish (SF) liet tot het middenspel continu een remisemarge van minder dan een punt zien. Met minder tijd op de klok werd daarom in gelijke stelling op de 24e zet remise voorgesteld. Het aanbod werd afgeslagen door Marten en dat had zijn ondergang moeten worden.

Een verrassende positionering van Td4 centraal (verdubbeling als dreiging) op het bord bracht hem helemaal van slag. Pion h4 (Td4xh4) kreeg ik pardoes in de schoot geworpen en een zet later mocht ik ook nog met Dh5 mat dreigen. Mijn intuïtie klopte, opeens stond ik op winst. Toch, een en ander had gigantisch veel tijd gekost, en ik had gewoon geen tijd meer om op zoek te gaan naar een winnende variant. Met Le5, aanval op dame, i.p.v. Lc3 (aanval op Te1) gooide ik weer al mijn ruiten in en neutraliseerde ik onbedoeld mijn aanval. De winst bleek naderhand ook best wel ingewikkeld te zijn. Een schrale troost.

We worstelden ons beiden met behoorlijk wat zwakke zetten door de kritische fase heen en vanaf zet 42 stond er weer 0.0 op het SF-scorebord. Wel had ik een pluspion, die ik onder tijdsdruk weer kwijtraakte en in Sinterklaas-stijl er nog één bij deed. Heel lang dacht ik dat ik daardoor (pion minder) misschien zelfs op verlies stond. SF bleef vanmorgen echter stoïcijns 0.0 melden, wat ik tijdens de partij niet besefte. 23 zetten lang probeerde wit zijn pluspion nog te gelde te maken. Het bleek een zinloze missie, ook SF gaf continu 0 aan. Remise. Na afloop weer eens minutenlang een superhartslag en trillend op de benen. Voor niets dus eigenlijk.

Bord 4:

Marcel (wit) zat naast me en speelde weer in zijn bekende snelle denksporttempo. Zijn tegenstander was Stephan Broertjes, nagenoeg gelijk in rating. Ook die speelde vlot. Na de d4-opening met fianchetto op de K-vleugel leek Marcel iets beter te staan. Hij kon de zwarte koning van rokeren afhouden en gevoelsmatig had ik het idee, dat er mogelijk daarom iets winnends in kon zitten. Daar zou dan misschien wel wat tijd ingestoken moeten worden. Maar het vlotte tempo werd zonder onderbreking door beiden gehandhaafd. De stelling vlakte af en er werd al redelijk snel tot remise besloten.

Bord 5:

Topscorer van het vorige seizoen was Jan Wiebe van Veen. Ook dit seizoen is hij goed gestart. Als enige speler wist hij ook de tweede partij te winnen. Zijn tegenstander was Robert Stallinga (zwart), iets sterker op papier. Jan Wiebe was tevens als eerste uit. Hij kreeg al snel een comfortabele stelling en waarschijnlijk ook een kansrijke stelling. Of er is door Robert geblunderd. Ik heb het allemaal gemist. In elk geval begonnen we de avond met een mooie opsteker.

Bord 6:

Douwe (wit) speelde volgens mij een partij uit één stuk. Theo Witkamp is er volgens mij totaal niet aan te pas gekomen. Douwe kreeg een enorm sterke vrijpion in het centrum. Theo kreeg er geen grip op en moest bijna machteloos toekijken. Vermoedelijk is de vrijpion dan ook beslissend geweest voor de uitslag, Douwe won.

Bord 7:

Boudewijn speelde tegen de enige dame in het clublokaal t.w. Els van der Vegt. Ruim 80 ratingpunten sterker dan Boudewijn. Van de partij heb ik maar nauwelijks iets gezien. Later op de avond vertelde Boudewijn dat hij verloor, omdat Els met haar torens beslissend op de zevende lijn kon binnenvallen.

Bord 8:

Ook Albert Prins werd dus weer opgetrommeld, want Ramon meldde zich af. Steeds wil Albert het wat rustiger aan doen, maar dat kan natuurlijk niet met zo’n degelijke speelstijl. Hij trof gisteren de ruim 200 punten zwakkere en veel jongere Roan Lok. Albert (wit) speelde gewoontegetrouw, en voor ongeveer de ‘duizendste’ keer, het London-systeem (d4, Lf4, e3, c3, Pf3 etc.) en kent deze als geen ander. Ook nu weer weet hij een kansrijke stelling in het middenspel op het bord te zetten. Met Pe5, g4 en g5 werd vervolgens de aanval ingezet. Zwart antwoordde foutief en dat kostte hem een paard. Nu moest wit nog even de technische winst uittikken. Jammer genoeg gebeurde dat niet. Zwart begint wat te rommelen, verschaft zich wat pionnen op de K-vleugel, en tot mijn verbazing konden ze naar de overkant opmarcheren. Op de een of andere manier wist Albert dit alleen maar te blokkeren waardoor hij genoegen moest nemen met remise.

Kortom, het werd 4-4 en met de winst tegen ESG hebben we nu drie wedstrijdpunten. Een acceptabele start van de competitie naar mijn mening. Op 4 december staat de zwaarste tegenstander, Groninger Combinatie 1, op het programma.

Lewenborg I – Emmer SG I : 5½-2½

door: Klaas Dijkhuizen

Vorig seizoen de laatste wedstrijd en nu de eerste van het seizoen. In mei verloren we met de kleinste uitslag. Gisteravond werd het een dikke revanche. In het algemeen kwam de overwinning vlot tot stand. Mogelijk heeft er nog iets meer in gezeten, maar daarvoor miste ik te veel informatie.

Ton van Ingen (bord 2) speelde, terwijl de wedstrijd al lang beslist was, langdurig door in moeilijke stelling. Kennelijk had zijn tegenstander en de ESG-teamleden allemaal vakantie en na het boeken van een pionnetje winst ging hij zo’n 50 zetten lang op jacht naar de winst van de partij. Mogelijk dat Ton een manoeuvre Td4 en Tb4 gemist heeft, nadat zwart al a5 had gespeeld. Er leek voor wit dan nog mogelijk tegenspel in het verschiet te liggen op de a- en b-lijn, maar misschien heb ik het mis.

Feit is, dat hij het niet speelde en zijn tegenstander Jan Willem Brinks tergend langzaam na 105 zetten (!) om 00.08u (!) de felicitaties in ontvangst kon nemen. Gesloopt door de tijd mochten we vermoeid huiswaarts gaan en ESG had dus nog een uurtje extra te rijden.
De individuele uitslagen:

Bord 1: Bruno nam revanche voor zijn nederlaag in mei tegen Marcel Struik. Die opende met Pc3. Ze gingen richting een stelling met Konings-Indische- en Aljechin-kenmerken. Bruno vond ik in het middenspel al duidelijk beter staan. Wit’s koning was niet gerokeerd, er was een open witte K-vleugel en g-lijn en ditleek toen al goede aanvalskansen op te leveren. Hoe hij dit tot winst heeft gevoerd was ik tot mijn spijt geen getuige van, maar hij was geloof ik als eerste klaar.

Bord 2
: Ton (zie ook boven). Langdurig leek remise de uitslag te worden in een gesloten stelling. Wel had Ton een paard op b1, die lang op stal bleef staan. Na het pionnetje verlies mocht hij de wei in, maar kon het tij dus niet meer keren.

Bord 3: Hiddo opende Frans met zwart. Een zeer gesloten en moeilijke stelling was het resultaat in het middenspel. Wit leek de kansen te hebben op mogelijk voordeel. Hiddo vond dat wel meevallen en bewees dat ook. Langzaam worstelde hij zich onder de druk uit en kreeg winnend voordeel. Vermoedelijk had wit zich ergens beter kunnen verdedigen, aldus de analyse. De praktijk was echter winst voor Hiddo.

Bord 4: Ook ik, Klaas, trof dezelfde tegenstander als in mei t.w. Willem Boontje. Toen remise, nu gaf hij me met een aantal zwakkere zetten in de opening de kans om het bord al na tien zetten in vuur en vlam te zetten. Het is een redelijk leuk spektakel geworden, die ik graag met jullie deel. Even dacht ik de eerste te zijn, die ‘uit’ zou zijn, maar dat zat er uiteindelijk toch niet in. Het werd wel een mooie koningsjacht en een mooie bekroning. Zwart heeft geen moment in het spel gezeten.

Bord 5: Ook Ramon leek in het middenspel al snel op groot voordeel af te stevenen. Met een enorm ruimtelijk voordeel en pionnenopmars werd het centrum en de K-vleugel via de f-lijn van wit onder vuur genomen. ‘Dat kan niet misgaan’, zeggen we dan. Maar, ergens ging het wel mis bij Ramon. Het werd zelfs één van de eerste uitslagen. Verlies dus en de tussenstand op dat moment 1-1.

Bord 6: Vers terug van de vakantie trof Jan Wiebe een op papier sterkere tegenstander, Hans Smit. Toch kwam ook Jan Wiebe uitstekend uit de d4-opening. Hij kreeg wat voordeel, de betere stelling en opeens gaf zijn tegenstander pardoes op. “Er zat nog genoeg spel in de stelling”, aldus Jan Wiebe, die natuurlijk wel blij verrast was met het punt. Door zijn winst kwamen we op een 4-1 voorsprong.

Bord 7: Eigenlijk ging het gisteravond op geen enkel bord echt slecht na de opening. Dat is bijzonder positief en biedt ook vertrouwen voor de komende ronden. Marcel, ook na een d-pion-opening, zag ik ook in het middenspel al met groot ruimtelijk voordeel spelen inclusief een pionnenopmars op de D-vleugel. Douwe Többen raakte ook nog ergens zijn Dame kwijt en moest met een overgebleven Toren zien te redden wat er te redden was. Dat bleek niets te zijn, al rekte hij de strijd nog lang. Ook Marcel boekte dus een gedegen winst.

Bord 8: Boudewijn opende met wit ook met d4 tegen Sergei Sarkisyan. Een blik halverwege leverde geen bijzondere dingen op. Of er in het eindspel nog spannende dingen zijn gebeurd, weet ik niet. De heren besloten in elk geval uiteindelijk tot remise.

De eindstand was dus 5½-2½ in het voordeel van Lewenborg. Een mooi resultaat.

Geruisloos verlies Lewenborg I tegen ESG I : 3½-4½ – Jan Wiebe topscorer Lewenborg I

Door: Klaas Dijkhuizen

De laatste NOSBO-wedstrijd van Lewenborg 1 tegen ESG is uitgelopen op verlies. We hadden bij 5-3 winst nog eerste kunnen worden in de poule, maar de kans daarop werd wel heel klein na drie afzeggingen. Met Albert Prins, Koen Molewijk en Fred Luining als invallers gingen we afgelopen dinsdag 13 mei van start.

De uitslagen, een klein verslag  en ook ieder zijn individuele seizoenscore vind je hieronder.

Het wedstrijdverloop was ongeveer als volgt. De verwachte uitslag op basis van de gemiddelde rating zou een gelijkspel moeten zijn. Revanchegevoelens zouden er ook moeten zijn, want eerder verloren we ook al in de beker van ESG met 1-3.

Bord 6 – Albert Prins (wit)  – Stef Dubbeldam ½ – ½

Albert (invaller) opende zoals in 99 van de 100 partijen met wit met het Colle-London-system (d4, Lf4, Pf3, e3 en c3). Probleemloos bereikte hij gelijkwaardig spel, mogelijk zelfs beter spel en bood vervolgens remise aan. Het aanbod werd aangenomen en Albert werd de eerste toeschouwer.

Bord 5 – Ton Selten  – Marcel Pouw (zwart)  0-1

Van Marcel zag ik in het middenspel een tweetal pionnen op de c- en d-lijn die met nauwkeurig spel zich richting overkant bord konden bewegen. Zijn tegenstander leek weinig tegenkansen te kunnen krijgen. Ik zag met een korte blik op het bord ook niet hoe Ton Selten verlies kon voorkomen. Dat gebeurde dus ook niet. De opmars van één van de twee pionnen was al beslissend. Na een slechte start in beker en eerste ronde verbeterde Marcel stap voor stap zijn score. Eerst drie remises en daarna drie winstpartijen op rij, dus zes keer op rij ongeslagen. Ook een felicitatie waard.

Bord 7 – Douwe Többen – Koen Molewijk (zwart) 1-0

Koen was de tweede invaller en moest opboksen tegen oudgediende en op papier sterkere Douwe. Ook hier kwam ik even in het middenspel langs. Juist op dat moment moest Koen een penning van toren met Ld5 zien te voorkomen in een moeilijke stand. Zonder deze penning was er mogelijk nog kans op tegenspel geweest, maar de penning was niet te voorkomen en min of meer direct beslissend in het nadeel van Koen. Het is weer gelijk.

Bord 2 – Hiddo Zuiderweg (wit)  – Jan Willem Brinks ½ – ½

Hiddo stortte zich met dame ver en diep in zwart zijn stelling. Met Dc7 van wit en mooie ontwikkeling van de lichte stukken leek zich een kansrijk middenspel te ontwikkelen. Hiddo zei achteraf, dat het allemaal bekende theorie was (niet voor mij) en de stand helemaal in evenwicht. Zo werd dus ook hier even later de uitslag remise.

Bord 1 – Marcel Struik – Bruno Jelic (zwart)  1-0

Bruno speelde een interessante en ook ingewikkelde partij. Moeilijk te beoordelen in het voorbij lopen. Marcel offerde in het middenspel bewust een toren voor een paard en twee pionnen. Bruno werd, ondanks de kwaliteitswinst, ook nog eens opgezadeld met niet goed samenwerkende stukken en een verbrokkelde pionnenstructuur. Hij stond dus eigenlijk zeer moeilijk. Na afloop hoorde ik, dat zijn tegenstander ook nog eens een derde en vierde pion won en dat kon de stelling van Bruno niet meer bolwerken en hij moest opgeven.

Bord 8 – Fred Luining (wit)  – Sergei Sarkisyan 0-1

Fred was de derde invaller en had ook een zware tegenstander met 90 ratingpunten meer. Toch speelde Fred langdurig een uitstekende partij. Desondanks wist hij een pionnetje achterstand niet te voorkomen. Hij kwam in een moeilijk eindspel terecht. Zwart met twee vrijpionnen op de c- en d-lijn, maar Fred één op de h-lijn en beiden nog een paard en wat pionnen elders op het bord. Heel even hoopte ik, dat Fred’s vrijpion nog net genoeg was voor evenwicht en toch nog remise. Het was lastiger voor wit dan voor zwart in elk geval. Dat bleek later ook, het vrije pionnenduo werd te machtig en Fred moest opgeven.

Bord 3 – Jan van Os – Ton van Ingen (zwart) 0-1

Ton antwoordde met de Caro Kann – verdediging. Het betekent nauwkeurig spel en je heel vaak instellen op een lange partij. Ton bereikte een iets beter staand middenspel waar, in zijn zo langzamerhand bekende stijl, stapje voor stapje kleine speldenprikken werden uitgedeeld en verzwakkingen werden afgedwongen. Nu kon op een cruciaal moment de e-lijn in beslag worden genomen en konden vervolgens paard en dame de witte stelling binnen dringen. Het eindspel heb ik niet helemaal meegekregen, maar Ton sleepte een keurige winst binnen. De tussenstand 3-4.

Bord 4 – Klaas Dijkhuizen (wit)  – Willem Boontje ½ – ½

Zoals zo vaak was mijn partij ook nu weer de laatste. De uitslag ook nog eens beslissend voor teamverlies of gelijkspel. En de eer natuurlijk, want in mijn herinnering had ik Willem vermoedelijk al eens de hand (felicitatie) moeten schudden. Het werd een c4-opening met bij wit fianchetto aan beide zijden. Iets te gemakkelijk door mij gespeeld in de opening, want Willem leek op een K-aanval af te stevenen. Heel precies verdedigen was noodzaak en het bleek dat zwart niet door kon stoten. Op de 25e zet was het een stelling als in WO I, ogenschijnlijk gelijk en beton als de Maginot-linie. Als er iemand iets kon proberen dan was ik het wel. In ons geval bewogen de linies niet zoals in de oorlog op en neer, maar van links naar rechts. Mijn paard loerde continu op een offer of met een mogelijke pionnendoorbraak aan beide kanten en zwart kon niet anders dan met mijn spel meebewegen. Even dacht ik, dat ik ergens een mogelijke winst gemist had. Stockfish meldde me de volgende dag echter, dat het ruim dertig zetten lang na de 25e zet (!) 0.0 was in zijn oordeel. En zo kwam Boontje dan uiteindelijk aan zijn loontje t.w. een halve punt. Verlies van de wedstrijd met 3½ – 4½ was daarmee een feit.

Individuele scores:

Jan Wiebe is de topscorer van team 1 geworden met 4½ uit 5 (90%). Dat is bijzonder goed in deze klasse. Frappant is, dat hij een slecht seizoen kent in de interne competitie. Jammer genoeg moest hij ook nog eens twee keer afzeggen voor de externe competitie. Ook Ton en Marcel scoorden een uitstekende 4½ punt, maar dan wel uit zeven partijen. Er moest dertien keer een beroep gedaan worden op een invaller, totaal waren er uiteindelijk zes invallers. Vijf spelers scoorden 50% of meer.

 

 

 

Lewenborg II – SISSA IV : 3½-2½

door: Rudy Frieswijk

Op dinsdag 15 april speelde Lewenborg 2 thuis de laatste ronde van de NOSBO competitie tegen SISSA 4. Dit gebeurde in fase 2, een extra competitie die de NOSBO heeft ingesteld om de spelers nog enkele extra externe wedstrijden te kunnen laten spelen. Lewenborg 2  was daarbij ingedeeld met Middelstum 1, Oostermoer 1 en SISSA 4. Oostermoer had zich teruggetrokken en tegen Middelstum 1 hadden we eerder in de reguliere competitie met 4,5-1,5 gewonnen. Deze uitslag werd meegeteld in de tweede fase. De strijd tegen SISSA 4 was daarom de laatste externe wedstrijd van dit seizoen.

Voorafgaand aan de wedstrijd was er eindelijk sprake van regen gepaard gaande met hevig onweer. Ik was benieuwd of dat onweer ook op de borden zou plaatsvinden. SISSA 4 bestaat uit louter dames en ze noemen zich daarom ook de SISSA-sisters. Sophie Welling zette voorafgaand aan de wedstrijd bij elk bord een roze dame die, denk ik, bij promotie van de pion ingezet zou kunnen worden. Maar misschien had het ook wel een andere betekenis, ik weet het niet.

Waar ik voor aanvang van de partijen ook nog over nadacht was waarom wij de tegenstanders altijd met het gezicht naar de achterwand laten spelen. Heeft dat een al dan niet bedoeld voordeel voor de spelers van Lewenborg? Wie het weet mag het mij melden. Ook het vermelden waard was dat het weer eens, zeker met zoveel spelers in de zaal, erg warm was. Jan Wiebe zette zijn bril maar eens op het puntje van zijn neus en probeerde de airco aan de praat te krijgen. Die deed het wel maar veel koeler werd het overigens niet.

Na een half uur spelen was er van onweer op de borden nog geen sprake. Alle partijen kabbelden rustig voort. Wat wel opviel was dat Douwe in zijn partij tegen Rosaline Piek heel veel tijd gebruikte. Na 10 zetten had hij al 40 minuten nagedacht. In het middenspel offerde Nouska van der Meij een stuk voor 2 pionnen voor een veelbelovende koningsaanval op de stelling van Fred. De koning van Fred stond niet veilig en Fred moest zich goed verdedigen. Om kwart over 10 was er nog steeds geen beslissing gevallen. Meestal zijn er rond dat tijdstip al enkele resultaten te melden, maar vanavond was dat niet het geval

Maar daarna ging het snel. Ik heb zelf niet veel meer van de partijen meegekregen want ik kwam een beetje in tijdnood. Zodra de seconden op klok verschijnen begint het bij mij te kriebelen vooral als mijn tegenstandster nog drie kwartier bedenktijd heeft. Zelf speelde ik tegen Aurore Gay remise waarbij ze, volgens Lichess, in het eindspel toch wel winstkansen had.

Vrij snel daarna was Boudewijn ook klaar. Remise in een aangenaam of was het een aangenomen damegambiet? Boudewijn won uiteindelijk een pion maar met ongelijke lopers op het bord werd het toch remise.

René speelde tegen Lydia van Altena en kwam een kwaliteit voor. Even later blunderde hij een kwaliteit terug maar kreeg daarbij wel een vrijpion op de a-lijn. Uiteindelijk wist hij de a-pion te promoveren en won hij zijn partij.

De aanval op de koningsstelling van Nouska tegen Fred sloeg niet door. Fred verdedigde zich prima en wist de strijd tegen Nouska zelfs te winnen. De stand was inmiddels 3-1 voor Lewenborg met nog 2 partijen te gaan.

Douwe gebruikte, zoals gezegd, te veel tijd in de opening en dat brak hem later deels op. In een betere stelling maar met veel minder tijd op de klok bood hij remise aan dat werd aangenomen.

Koen speelde, zoals hij zelf zei, een heel complexe wedstrijd tegen Sophie Welling. Helaas voor Koen verloor hij uiteindelijk. Het eindresultaat werd daardoor 3,5-2,5 in het voordeel van Lewenborg 2. Het onweer op de borden bleef uiteindelijk uit maar het resultaat was prima.

Het externe seizoen zit erop. In de eerste fase van de competitie zijn we zesde geworden en in de tweede fase eerste. Ik wil de vaste spelers, Valentin, Boudewijn, Douwe, René, Koen en de invallers Albert, Flip, Fred, Arthur, John  bedanken voor het meespelen. Grote klasse dat jullie beschikbaar wilden zijn.


.

Hieronder nog enkele statistieken
Tussenstand tweede fase waarbij SISSA nog moet spelen tegen Middelstum

.

Eindstand eerste fase

.

Individuele resultaten eerste fase

.

Individuele resultaten tweede fase