Senioren extern

Groninger Combinatie II – Lewenborg I ; 5-3

door: Klaas Dijkhuizen

‘VAR’, dilemma’s en Houdini

’s Nachts na de wedstrijd word ik wakker. Ik loop even in het donker naar de keuken en koekeloer naar buiten. Het is nog aardedonker en de straatverlichting is al minstens drie dagen uit. Het lijkt wel oorlogstijd. Het malen in mijn hoofd was al in de speelzaal begonnen. Bij thuiskomst gaat het ‘vrolijk’ door. ‘Ik had het toch anders moeten doen’, was telkens de gedachte.

Wat had ik anders moeten doen? Het betreft de remiseclaim op zet 42 van mijn tegenstander, Joop Houtman. Ik had gewoon de regels moeten laten toepassen. Maar de combinatie van beduusdheid door de claim in een totaal gewonnen stelling (+4.8 Stockfish), en de twijfel over de exacte FIDE-regels, doen hun werk. De juistheid zou getoetst moeten worden in de analysezaal en dit alles brengt je van slag. In elk geval haalt het je totaal uit de wedstrijd. Daarvoor speelde ik een partij uit één stuk. Pion voorsprong voor wit en een nagenoeg machteloze verdediging bij de tegenstander.

De ervaren wedstrijdleider is Wim van Beersum. Hij had eerst de simpele vraag moeten stellen: “Wie is er aan zet?” Dat was ik, en ik claimde geen remise. Conclusie: van een correcte claim was geen sprake. Dus moest en kon er doorgespeeld worden. De claimende speler moet de 3e zetherhaling namelijk noteren, maar niet uitvoeren, dan de klok stilzetten en de wedstrijdleider er bij roepen en. Joop had de zet dus wel uitgevoerd. Achteraf gezien bleek ik de regels wel goed te kennen. De ‘VAR’ heeft hier een beetje gefaald naar mijn mening.

Natuurlijk, ik had gemakkelijk mijn Th2 (eerst van de e-lijn naar de h-lijn, daarna twee keer verticaal naar h2) op een ander h-veld kunnen neerzetten, maar de eerste switch telde ik onbewust niet mee. De wedstrijdleider murmelde wat over de analyse in de zaal er naast. Ik was echter al van slag en accepteerde de frustrerende remise, want Joop is een ‘vette vis’ met 150 ratingpunten meer.

Mijn dilemma achteraf. Natuurlijk, Joop heeft een hoog sympathie-gehalte, maar ik denk nu toch dat ik ‘de regels volgen’ had kunnen eisen. Niets onsportief aan. Iedere schaker heeft immers een plicht de regels te kennen en te leren.

Op naar de overige partijen op volgorde van uitslag. Gemiddeld was ons team 116 ratingpunten zwakker en dus was Lewenborg de underdog. Een compliment voor de gastheer. In een supervolle speelzaal begon de wedstrijd nagenoeg op tijd.

Bord 5 – Marcel Pouw (LB, wit, 1900) – Robert Leenes (GC, 2008): 1-0

Marcel deelde als eerste een dreun uit. In een Konings-Indische partij wist hij een paard op e6 te plaatsen en te laten ruilen, maar wel met een gevaarlijke e6-pion als compensatie. Hoe het slot verliep, heb ik gemist.  Met 4½ uit 7 is Marcel de topscorer van onze club geworden.

Bord 1 – Klaas Dijkhuizen (LB, wit, 1979) – Joop Houtman (GC, 2139): ½-½

Joop trof ik één keer eerder in een serieuze partij. Dat was al langer geleden dan ik dacht t.w. op 30 december 1980 in de laatste ronde van het Gasunie-toernooi. Joop had destijds meer van het toernooi verwacht en de motivatie was al lichtelijk verdwenen. Ik verwachtte niets van het toernooi en ging er gewoon elke ronde voor. In een Konings-Indiër won ik destijds met wit na ruil op f6 en K-aanval. Nog ‘vers’ in het geheugen.

Gisteren, na 46 jaar, de mogelijke revanche voor Joop. Dit keer kwam een Engelse opening op het bord met fianchettospel aan beide kanten van beide spelers. De zwarte loper op b7 stond echter ongedekt.  In een gelijkwaardige stelling kiest zwart plotseling voor f5. Het is eigenlijk gelijk uit. Met Pd4 wordt gelijktijdig pion e6 (en indirect Dd8 en Tf8) en de ongedekte loper op b7 onder vuur genomen. Zwart moet slaan op g2, ik sla tussendoor op e6, win een kostbare pion en behoudt daarnaast een ijzeren stelling met potentiële vrijpion. Met een dikke plus op de SF-teller gebeurt dus vervolgens bovenstaande zoals beschreven in de inleiding.

Bord 8 – Don van Ravenzwaaij (GC, wit, 1843) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1697): 1-0

Boudewijn koos volgens mij voor de Pirc-verdediging en fianchetto op de K-vleugel. Veel heb ik er niet van gezien, maar bij de laatste blik stonden er plotseling twee witte pionnen dreigend op g6 en h6 en de zwarte Koning dus in het nauw. Het lukte Boudewijn niet om aan dit geweld te ontsnappen.

Bord 2 – Adrian Clemens (GC, wit, 2109) – Bruno Jelic (LB, 2084): 1-0

Ook hier een Konings-Indiër. Adrian speelde voortvarend de hele D-vleugel naar voren en leek daar de kansen te zoeken. Bruno moest het hebben van de K-vleugel met de opmars f5. Wie het hardste naar voren durft te rennen, heeft vaak kansen op de winst.

Toen ik later de situatie nog eens bekeek, was Adrian plotseling ook nadrukkelijk op de K-vleugel aanwezig met zelfs grotere dreigingen richting de Koning dan Bruno.  Niet veel later kwam ook Bruno de analysezaal binnen met de melding, dat hij verloren had.

Bord 3 – Hiddo Zuiderweg (LB, wit, 1962) – Mathijs Huiskes (GC, 2032): 0-1

Hiddo begon iets later aan de partij, maar dat weerhield hem er niet van om al snel een mooie aanvalsstelling op te bouwen. Ld3, Ld4, Th4 en Dh3 en een halfopen zwarte K-stelling. Dat kon niet misgaan, was mijn indruk.

Maar…. Dh3 had mogelijk met pion g4 moeten worden voorbereid volgens de analyse achteraf. Nu kon zwart nog net op tijd zijn troepen reorganiseren en het initiatief meer en meer overnemen. Hiddo kon het tij niet meer keren. Een gemiste kans op winst leek het wel.

Bord 7 – Johan Jans (LB, wit, 1732) – Edwin Zuiderweg (GC, 2043): 0-1

De tweede Zuiderweg was de tegenstander van onze invaller Johan. Ruim driehond ratingpunten verschil. Dat is dus heel veel. Ook hier een Engelse opening met langdurig manoeuvreerwerk aan beide kanten. Johan hield met degelijk openingsspel en middenspel het tot bijna aan het einde van de avond vol. Ondertussen vermoedelijk stilletjes hopend op een mogelijke remise. Maar stapje voor stapje werd zijn stelling onder steeds grotere druk gezet om daar na drie uur toch onder te bezwijken.

Bord 6 – Peter Hendriks (GC, wit, 1936) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1874): ½-½

Jan Wiebe begint langzamerhand de Houdini van de club te worden. Hoe vaak hij inmiddels weet te ontsnappen uit ogenschijnlijke onmogelijke precaire situaties is ongelooflijk. Peter Hendriks wist in de partij de druk enorm op te voeren. Zwarts’ koningsstelling moest haast wel een keer bezwijken onder de druk van pionnen op e6, f5, Toren en Dame was telkens mijn indruk in het voorbijgaan.

Jan Wiebe vocht echter voor wat hij waard was, kwam telkens met originele verdedigingszetten en na een dikke drie uur spelen wist hij opeens een degelijke verdediging te bereiken met gelijkwaardig materiaal. Ergens zou Peter iets moeten hebben gemist, maar ‘achteraf de koe in de kont kijken’ kunnen we allemaal.

Bord 4 – Govert Pellikaan (GC, wit, 1999) – Ton van Ingen (LB, 1953): 0-1

Ton en Govert maakten er weer iets moois van. Met ook hier Konings-Indisch, een lange witte rokade en ruil van de dames op d8 en geen zwarte rokade werd het een bijzondere partij. Lang leek Govert het betere van het spel te hebben, maar ook Ton is een ontzettend taaie verdediger. Langzaam maar zeker lukte het hem om aan de witte druk te ontsnappen.

In de eindfase werd het spectaculair. Ton zijn koning stond als een echte veldheer tussen de troepen op een kale D-vleugel, maar hij beschikte daar wel over een Ta2 en de b- en c-pion. Paard en Loper als reserve op de bank. De c-pion als speerpunt van de K-aanval. Verrassende zetten van beide kanten passeerden de revue, maar met minuscule stapjes van zwart kwam de overwinning toch meer en meer in zicht voor Ton. Tussendoor meende ik met Pd4 (na Lh3) nog een snel mat te zien voor Ton, maar hij koos voor zekerheid en overzichtelijkheid.  Met Toren en twee pionnen (zwart) tegen Toren werd het pleit beslecht. De klok liep inmiddels naar twaalven.

Epiloog

Een mogelijk gemiste winst van Hiddo en een extra halfje van mijn kant, samen met het mooie halfje van Jan Wiebe, had theoretisch dus winst op kunnen leveren. Het mocht niet zo zijn. Nog eens de keiharde cijfers in tabelvorm hieronder.

Lewenborg I – Leek I ; 5-3

Verrassende winst Lewenborg 1 tegen Leek 1

Door: Klaas Dijkhuizen

Dinsdag 17 maart bleek maar weer eens dat het schaakbord vierkant is. Tegen Hoogezand-Sappemeer werd het een maand geleden tegen de verwachting in een nederlaag en gisteren was het omgekeerde het geval.  Een leuk partijtje van Marcel Pouw is ter illustratie hieronder toegevoegd.

Heel laat moest ik nog op zoek naar een invaller, omdat onze hoogste ratingspeler Bruno Jelic nog afzegde. De invaller werd Flip van ’t Riet. Dat betekende echter ook weer geschuif in de beoogde opstelling, rekening houdend met de kleurverdeling en voor Douwe opnieuw een nieuwe interne competitie-indeling.

’s Middags kregen we nog op het laatste moment te horen, dat onze vaste zaal vanwege verkiezingsperikelen of iets dergelijks niet voor ons beschikbaar was. Dat betekende een noodoplossing. We verhuisden naar de begane grond. De bibliotheek werd eenmalig de speelzaal. Het was behelpen, omdat tafels, stoelen en licht van felle spotjes (schaduwen op het bord) niet perfect was, maar dat is natuurlijk ook een kwestie van persoonlijke voorkeuren. Als compensatie kregen we de thee en koffie gratis. Er zijn ergere dingen in de wereld.

Verzwakt (gemiddelde rating 1847-1935) begonnen we dus aan de wedstrijd, maar later bleek dat ook Leek niet in de sterkste stelling was komen opdagen. Op naar de wedstrijd, op volgorde van uitslag.

Bord 3 – Kees Praagman (Leek, wit, 1956) – Hiddo Zuiderweg (LB, zwart, 1960): ½-½

 Hier kwam een Franse verdediging op het bord. De heren waren niet echt strijdlustig deze avond en maakten er al vrij snel remise van.

Bord 4 – Marcel Pouw (LB, wit, 1872) – Tobias van Essen (Leek, 1861): 1-0

 Vrijwel gelijkwaardig in rating, maar het werd een korte en vlotte aanvalspartij. Met commentaar van uw verslaggever volgt hier de partij.

Bord 1 – Aldert Jan Keessen (Leek, wit, 2136) – Klaas Dijkhuizen (LB, zwart, 1968): ½-½

 Na jaren weer eens het Frans van stal gehaald met zwart. Het werd geen doorschuifvariant, want Aldert Jan ruilde op d5. Even leek het er in de opening op, dat zwart pion h7 onvoorzien cadeau moest doen, maar Aldert Jan ging er niet op in. Vanwege een complete ontwikkeling bij zwart leek de zaak dan ook met een pion minder in evenwicht.

Je bent desondanks na zo’n lange tijd (ruim 40 jaar geen Franse opening meer) natuurlijk niet op superbekend terrein. Even later dacht ik Pf3 te pennen, maar het simpele Pf3-g5† werd totaal niet gezien. Het geluk was aan mijn zijde, want ik had tussentijds wel f6 gespeeld en daarmee werd materiaalverlies voorkomen.

De stelling vervlakte en ik bood op de 21e zet remise aan en dat werd geaccepteerd. Het werd daarmee zowaar een vroegertje dit keer. Het was nog ver voor tienen.

Bord 2 – Ton van Ingen (LB, wit, 1946) – Sander Westerlaan (Leek, 2139): 0-1

Bijna 200 ratingpunten verschil, maar dat was gisteravond niet te merken. Sterker nog, Ton bouwde voor de zoveelste keer dit seizoen een superstelling op met het London-systeem (d4, Lf4). Vaak heeft hij de laatste maanden desondanks het deksel op de neus gekregen, omdat de genadeklap niet werd gevonden. Beiden rokeerden lang. Zwart leek helemaal platgedrukt te worden en had vele stukken die noodzakelijk ‘op stal’ stonden bij gebrek aan ruimte.

Ton ging langdurig op zoek naar een geforceerde materiaalwinst, mataanval of groot positioneel voordeel. Hij vond het niet. Gefocust op de zwarte koning en het centrum lette hij niet op na zwarts simpele g6. Na Ton’s eerdere lange witte rokade volgde niet het vrijwel standaardantwoord Kb1, maar later wel een dame op f4. De schok was groot toen Sander een zet later genadeloos Lh6 speelde. De penning was direct fataal. Ton gaf op.

Bord 6 – Ramon Middeljans (LB, wit, 1835) – Pieter Doller (Leek, 1829): 0-1

Na een Pirc-opening (e4-d6) leek Ramon weer met creatief spel richting de winst te gaan. De zwarte K-stelling was gedeeltelijk open en met een goed plan mogelijk ook open te breken. Pieter zette tussendoor zijn pionnen op de D-vleugel in beweging. Toch beging Ramon in het middenspel enkele onnauwkeurigheden, offerde of raakte een stuk kwijt, en de mogelijke winst raakte uit zicht. Pieter loste zijn moeilijkheden op en met de materiële voorsprong was het daarna niet zo moeilijk meer om de winst binnen te slepen. De tussenstand 2-3.

Bord 7 – Martien Veldman (Leek, wit, 1757) – Flip van ‘t Riet (LB, zwart, 1659): 0-1

Flip werd dus op het laatste moment onze invaller. Het begin van zijn partij heb ik grotendeels gemist. In het eindspel moest hij met dame, loper en drie pionnen opboksen tegen dame, paard en vier pionnen. De stelling oogde beter voor wit. Martien ging dan ook voor de winst en Flip zette zijn koning in de hoek en speelde wat met zijn loper heen en weer. Hopend op een doorbraak van één van zijn pionnen op de D-vleugel (twee tegen één). Vanzelfsprekend zou hij ook met remise tevreden zijn geweest.

Opeens was er ‘tumult’. Martien blunderde en reikte, licht mompelend, vrijwel direct de hand ten teken van overgave. Flip had echter de blunder nog niet direct opgemerkt, begreep het even niet helemaal, en dacht dat hij remise voorstelde. Martien was zo eerlijk om zijn overgave nog eens te benadrukken en dus was het plotseling weer 3-3.

Bord 8 – Boudewijn Hoogeboom (LB, wit, 1682) – Frans Huisman (Leek, 1787): 1-0

Boudewijn bereikte ook een prima stelling in het middenspel. Twee potentiële vrijpionnen op de c- en e-lijn, gedekt door Ld5, maakten het mogelijk om een toren voor een loper te offeren. Anders moest hij zich verzoenen met eeuwig schaak. Of de computeranalyse zijn keus goed vond, weet ik niet, want de stelling leek moeilijk te beoordelen. Frans raakte in tijdnood echter volledig de kluts kwijt. Een logisch schaakje op h8 werd niet gespeeld. Hierna had hij op de achterlijn Boudewijn zijn pionnen mogelijk onder vuur kunnen nemen. Hij speelde het niet, erger nog hij speelde Tg8. Boudewijn keek zoals Kasparov ooit naar Karpov keek in hun WK-tweekamp. Hij geloofde zijn ogen niet, maar sloeg gelukkig voor Lewenborg wel toe. Na enige tijd volgde Ld5 x Tg8 en zwart kon opgeven. Alweer een meevaller. Tussenstand 4-3.

Bord 5 – Jonathan Hannessen (Leek, wit, 2015) – Jan Wiebe van Veen (LB, zwart, 1852): 0-1

Ook bij Jan Wiebe kwam een Pirc-opening op het bord. Hij bereikte ook een positioneel betere stelling, maar wel heel gesloten. Een doorbraak leek er langere tijd voor beiden niet in te zitten. Wit sloeg een remiseaanbod af. Jan Wiebe kreeg via het centrum, m.n. langs de e- en f-lijn, in de slotfase beweging in de stelling. Zowel de e- en f-pion begonnen aan een opmars richting promotieveld. Ondanks twee witte torens en een dame was er geen kruid tegen gewassen en opeens was het compleet uit na een vork op e2 bij de torens.

‘Het kan verkeren’, zei Bredero al eens en dat bleek vanavond weer eens. Eindstand 5-3. Wel heb ik me weer eens verbaasd over het verschil in rating hier en daar in ons nadeel. Uit het spel leek de rating, qua stijl en sterke en mindere zetten, soms totaal niet bij het niveau van de rating te horen. Raadselachtig.

Gedetailleerde uitslag: https://nosbo.netstand.nl/rounds/view/413

HSP/Veendam I – Lewenborg I ; 5½-2½

Terug naar ‘de Kern’. Lewenborg 1 verliest in Hoogezand

door: Klaas Dijkhuizen

‘When the night has come, and the land is dark, …’

De begintekst van ‘Stand by me’ van Ben E. King (1961). Een wonderschoon nummer gecombineerd met een klassiek orkest. Het is dinsdagavond 17 februari tegen half twaalf en ik rij in zware gedachten terug naar huis in Ten Boer. Het is een toepasselijke tekst na een dramatische avond in Hoogezand. Het nummer is volledig passend bij de duisternis en de status van de hersenpan. Maar, ‘No one stands by me’ op dat moment. Ik was alleen.

HSP/Veendam 1 was in de 5e ronde de tegenstander in wijkcentrum ‘de Kern’ in Hoogezand. Op papier was HSP zo’n 50 ratingpunten zwakker. Voor beide teams stond er niets meer op het spel, behalve de eer. Rudy Frieswijk was opnieuw invaller, omdat Hiddo Zuiderweg het jeugdschaak op zijn agenda had staan. Eerlijk gezegd, vooraf dacht ik niet dat we gingen verliezen. Dat bleek dus een misvatting.

Op volgorde van uitslag wat toelichtingen per partij.

 

Bord 4 – Bart Romijn (HSP, wit, 1838) – Marcel Pouw (LB, 1857): 0-1

De wedstrijd was eigenlijk nog maar net op gang toen Marcel me na een dik kwartier al mededeelde dat hij gewonnen had. Na een kleine dertien zetten was wit in nadelige zin in een voortreffelijke openingsvoorbereiding van Marcel getrapt en kennelijk ook op beslissende achterstand gezet.

‘De eerste klap is een daalder waard’, denk je dan. Maar gezegden zijn niet altijd een goede voorbode, bleek vanavond. Bart was zelf hierna al snel met maatschappij ‘de Noorderzon’ vertrokken naar elders. Enigszins begrijpelijk.

 

Bord 5 – Ramon Middeljans (LB, zwart, 1840) – Arjen Waijer (HSP, 1830): 0-1

Het lukte Ramon ook nu weer om het bord al snel in vuur en vlam te zetten. Na e4 en e5 volgde al snel f4 en daarna een riskante witte lange rokade. Arjen kon via de half open c-lijn de witte koning onder vuur nemen. Een penning van wits dame op de e-lijn maakte het nog lastiger voor Ramon.

Toch kroop hij stapje voor stapje uit de gevarenzone en leek in het middenspel zelfs weer een interessante en levensvatbare stelling op het bord te krijgen naar mijn beoordeling. Hierna kan ik dezelfde tekst als in de wedstrijd tegen Groningen weer gaan herhalen. Opeens stond de beginopstelling weer op het bord en Ramon rondlopen. Hij had verloren en ik had weer de hele slotfase gemist.

 

Bord 6 – Lucien Jerphanion (HSP, wit, 1826) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1850): ½-½

Van Jan Wiebe zijn partij heb ik eigenlijk niet veel meegekregen. Remise.

 

Bord 7 – Rudy Frieswijk (LB, wit, 1720) – Kor Drenth (HSP, 1796): ½-½

Rudy kwam net als in zijn vorige invalbeurt weer met een goede stelling in het middenspel terecht. Met Pd6, gedekt door c5, wist hij dreigend de zwarte stelling binnen te dringen en daarmee de zwarte torens grotendeels lam te leggen. Voor mij leek het, dat hij vervolgens met zijn Dame en eigen torens de zwarte K-vleugel onder vuur kon nemen.  Daar is het kennelijk niet van gekomen. Opeens werd de vredespijp gerookt.

 

Bord 8 – Martin Hartman (HSP, wit, 1687) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1703): 1-0

Boudewijn kwam in een volledig gesloten en dichtgeschoven betonstelling terecht. Ogenschijnlijk was er geen enkele kans op offers of andere winnende strategieën. Er was maar één mogelijkheid voor beide en dat was loeren op een doorbraak via de a-lijn. Dat leek me echter redelijk gemakkelijk voorkomen te kunnen worden.

Ik zag Boudewijn opeens de noodzakelijke verdediger Pb6 terugtrekken en had er direct een slecht gevoel bij. Even later rolden dan ook de witte torens als een tankbataljon al bij zwart naar binnen. ‘Operatie Barbarossa’ bijna voor de kenners van WO II onder ons. Het was en leek direct beslissend. Tussenstand: 3-2 voor Hoogezand. Nog drie partijen, t.w. bord 1-3.

 

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, 2097, wit) – Wiebe Wielenga (HSP, 2003):  ½-½.

Bruno kwam in een Konings-Indische-partij terecht met f3 en zwart die aan beide kanten van het bord voor een fianchetto kiest. Via de h-lijn, na een lange rokade van wit, lijkt Bruno de beste kaarten in handen te hebben, mogelijk zelfs een winnende stelling. Toch wordt door wit een winnende combinatie en/of voortzetting niet gevonden. Zwart weet zelfs langzaam maar zeker alle aanvallende impulsen van wit te neutraliseren. De heren besluiten vervolgens het maar bij remise te houden.

 

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, wit, 1974) – Sander Sprik (HSP, 1892): 0-1

Ton kreeg weer het London-systeem op het bord. Volgens Nick Maatman nog steeds een saai systeem in zijn DVHN-rubriek. Voor de ‘echte schaakdeskundigen’ is het een opening, die bijna altijd tot aanvallend spel voor wit leidt als zwart niet actief speelt in de opening. De offermogelijkheden en lange-termijn-combinaties zijn vaak talrijk en schitterend. Ik kan het niet genoeg promoten.

Laten we kort en bondig zijn. Ton kreeg een totaal gewonnen stelling op het bord. Hij kon de genadeklap in twee zetten uitdelen ergens in het middenspel, maar koos voor een alternatief. Het bleek een kostbare beslissing. Sander drong nu zelf de kale witte stelling binnen en nam de Ton’s koning en pionnen gevaarlijk onder vuur. Ton kon er uitgeblust niets meer tegenover zetten en verloor.

 

Bord 2 – Erwin Reintke (HSP, wit, 1758) – Klaas Dijkhuizen (LB, 1975): 1-0

Meer dan 200 ratingpunten verschil. In de Aljechin achter het bord heb ik er niet veel van gemerkt. Op mijn eigen terrein, ik speel het al zo’n dikke dertig jaar, zou ik moeten weten waar ik op moet passen. Ik kom nog wel zonder problemen in een comfortabele stelling en zie aan het hoofdschudden van mijn tegenstander dat hij op onbekend terrein is.

Toch verslap ik even. Op zet 12-15 kom ik met achtereenvolgens d5, e5, f5 en f4. De laatste twee zetten zijn dan al ‘bewust’ dubieus. Omdat ik, na 14. c5 van wit, pionverlies over het hoofd zag, gooide ik daarom de knuppel maar in het hoenderhok. Stockfish meldt vanwege de goede opstelling van zwart zijn stukken slechts een klein minnetje. Ik had dus het pionnetje met een fraaie combinatie (niet opgemerkt) dan wel verloren, maar met een acceptabele en speelbare stelling. Erwin bleef na f4 stoïcijns en wikkelde en ruilde beheerst af naar een degelijke stelling met zelfs twee pionnen voorsprong. Het was kansloos voor ondergetekende en in het verre eindspel moest ik hem de hand reiken. Vervolgens mocht ik thuis de resterende haren uit het hoofd rukken en nog langdurig voor mij uit staren.

NOSBO beker SISSA – Lewenborg : 3½-½

door: Klaas Dijkhuizen

Lewenborg 1 (beker) verdwaalt in de ‘London Smog’ opnieuw tegen Sissa 1

Het is nog maar 17 dagen na de harde competitie-nederlaag (1-7) tegen Sissa 1. In de 2e bekerronde, gisteren 6 februari, waren ze opnieuw onze tegenstanders.

Gelukkig was Bruno Jelic, die zijn rating in twee maanden tijd omhoog wist te krikken naar 2097, nu bij ons wel van de partij. We konden daardoor op ons sterkst beginnen met verder ondergetekende (Klaas Dijkhuizen), Ton van Ingen en Hiddo Zuiderweg. Onderaan de streep was er nog maar sprake van gemiddeld 65 ratingpunten in ons nadeel. Dan heb je een kans, denk je dan en optimistisch als altijd.

De loting bepaalde dat Lewenborg wit had aan de oneven borden. Opmerkelijk was gisteren, dat zowel aan bord 1, 3 en 4 het vroeger wat ‘minderwaardig beoordeelde’ London Systeem op het bord kwam. Twee keer met wit door Bruno en Ton gespeeld en Hiddo die zich met zwart er tegen moest wapenen.

Persoonlijk speel ik de opening zelf ook al sinds begin jaren tachtig, uitmondend in de ‘partij van de eeuw’ Dijkhuizen-Sijbring 1985-11-13 en nog altijd de moeite waard om eens na spelen.

Even een uitstapje. De ‘London Smog’ was al sinds de 19e eeuw berucht en maakte vermoedelijk al heel lang regelmatig slachtoffers. Dat was helemaal het geval in en na december 1952. Het milieu speelde eigenlijk nog geen of nauwelijks rol in het menselijk bestaan. En dat hebben ze daar geweten. Door een combinatie van windstil en koud, vriezend weer gedurende een vijftal dagen ontstond een mist waarin de rook van de kachels (hout en kolen) een grote rol ging spelen. Het zicht ging terug naar minder dan een meter (!) op sommige momenten. De kachelrook werd samen met de mist elke dag giftiger en giftiger. Het eindresultaat: 4000-12000 doden, en honderdduizend zieken.

Op naar de ‘smog’ in de wedstrijd.

Bord 4 – Mathijs de Jong (2039, wit) – Hiddo Zuiderweg (LB, 1963): ½-½

Hiddo kwam dus met zwart in het London Systeem (d4-d5, Lf4-Pf6 etc.) terecht. Hij kreeg het heel moeilijk. Wit wist een ogenschijnlijk gevaarlijke aanval op te bouwen en Hiddo moest alle zeilen bijzetten om niet te verliezen. Toch raakte hij een pion achter. Met originele verdedigingszetten wist hij echter het grootste gevaar te keren, kennelijk ook de stelling te neutraliseren en uiteindelijk zelfs helemaal in evenwicht te brengen. Remise het eindresultaat, en de ‘smog’ dus overleefd.

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, 1974, wit) – Edim Salihbegovic (2062): 0-1

Ook hier dus de ‘Londoner’. Ton toonde geen ontzag voor de bijna extra 100 ratingpunten van zijn tegenstander Edim. Na wat schermutselingen op de Damevleugel, wel met pionoffer van wit, begon Ton aan een K-aanval. Zijn koning bleef in het midden om tijd te winnen. Met Lb1, Lf4, Dc2, Th1, en pion f3, g4, h5 zag de stelling er veelbelovend uit. Toen hij met h5 de aanval op het fianchetto van zwart begon beoordeelde ik de stelling zelfs als ‘winnend’.

Maar Edim is een taaie en ook een originele verdediger. Langzaam wist hij met zwart de witte aanval te vertragen en te neutraliseren. Tussentijds begon hij te loeren op Ton’s koning. Ton moest meer en meer zijn aandacht vestigen op verdedigende taken. In deze ‘smog’ van aanval en tegenaanval waren er vele (?) mogelijke alternatieve zetten, die ‘met beter zicht’ achteraf gezien als ‘beter voor wit’ beoordeeld zouden worden. Ton vond ze niet tijdens de partij. Erger nog, Ton zijn koning werd een prooi en door Edim opgejaagd naar de damevleugel om daar ergens in een eenzame hoek ‘vermoord’ te worden. ’Gemiste’ kans voor Lewenborg, zei mijn gevoel.

Bord 2 – Gertjan Haan (wit, 2053) – Klaas Dijkhuizen(LB, 1975): 1-0

In mijn eigen partij werd begonnen met een b4-e5 opening, gevolgd door rustig openingsspel. Ik verzuimde licht voordeel te behalen met opmars e4, maar met wat manoeuvreerwerk van Pb8-a6-c7-e6 werd op de 16e zet een gelijkwaardige stelling bereikt. Langdurig, eigenlijk te lang, dacht ik vervolgens na over een paardoffer op f4 richting de witte koningsstelling. Het lukte maar niet om ‘iets’ beslissends te vinden en dus werd er vanaf gezien.

Direct erna en met de tijdsdruk van de klok er bij volgden een aantal positioneel zwakkere zetten. Gertjan greep zijn kans en liet meer los. Stapje voor stapje werd de strop om mijn hals dichtgeknoopt en met een ‘blooper’ zorgde ik voor een snelle dood. Langdurig bleef het gevoel hangen, dat ik iets gemist (daar is ie weer) had. Stockfish had er zijn bedenkingen bij.

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, wit, 2097) – Kenneth Muller (zwart, 2113): 0-1

Bruno kwam als derde in een London-systeem terecht. Hier ging het in de partij er een stuk rustiger aan toe. Zwart kreeg een pionopstelling met c4, b5 en a6 op het bord, maar de stelling leek heel lang in evenwicht te zijn. Een koningsaanval voor wit, zoals bij Ton, lijkt er echter geen moment in te hebben gezeten. Toch, van verliesgevaar voor Bruno leek lange tijd geen sprake.

De slotfase van de partij heb ik vanwege eigen analyseerwerk gemist. Bruno verloor kennelijk ook het zicht in de London Smog, maakte ergens een cruciale fout en verloor ook. Uitschakeling in de beker was daarmee een feit.

Lewenborg I – SISSA I : 1-7

Une triste histoire’ – Lewenborg 1 hard onderuit tegen Sissa 1 

door: Klaas Dijkhuizen

De geschiedenis herhaalt zich. Net als na de laatste wedstrijd tegen Groningen Comb. 1 kom ik weer met een waardeloos gevoel thuis, heb een korte en dus slechte nachtrust en sta ik gebroken op. Tussendoor maalt in de slaap de partij door in het hoofd. Simpele zetten en oplossingen passeren de revue.

In de keuken staat ’s ochtends de radio aan. Muziek van Michel Fugain komt de oren binnen. Het is ‘Une belle histoire’https://youtu.be/EgLoBUP5TbI . Eigenlijk besef je op zo’n moment pas wat een wonderschoon, relaxed en opbeurend nummer dit is. Het is een romantisch vakantieverhaal.

Ik sleep me met ‘nieuwe muzikale energie’ de dag door. Desondanks ging ook het vaste hardlooprondje hierna moeizaam. Wat kan een simpel schaakpartijtje toch langdurig na-ijlen. ‘Gelukkig is het maar een spelletje’, is mijn eigen veelvuldig herhaald devies om een en ander te relativeren. Romantiek als in het liedje was deze dag in elk geval ver te zoeken. Ik kon me ook nog niet zetten tot het schrijven van een verslag.

Donderdag 22 januari 2026, twee dagen later. De vierde externe NOSBO-wedstrijd was dus afgelopen dinsdag Lewenborg 1 – Sissa 1. Tegenvallers waren de afzeggingen van Bruno Jelic, eerste bordspeler en op het laatste moment ook nog Jan Wiebe van Veen. Douwe Pol (derde keer) en Rudy Frieswijk waren hun vervangers.

Sissa kwam op bezoek met gemiddeld 2006 aan rating. Lewenborg zette er 1863 tegenover. Dat het weer een zware avond zou worden stond als een paal boven water. Op naar de wedstrijd, waarvan ik door tijdgebrek veel heb gemist.

Bord 8 – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1711, wit) – Wouter Maneschijn (1942): 0-1

 Boudewijn moest opboksen tegen 231 ratingpunten extra. Hij vergat na een door zwart aangenomen d4-gambiet het c4-pionnetje weer in beslag te nemen. Hij kwam daarom moeizaam te staan, en met dus een langdurige achterstand van een pion. Vermoedelijk is hij langzaam maar zeker van het bord geschoven. Boudewijn verloor.

Bord 7 – Maarten Roorda (wit, 1913) – Douwe Pol (LB, 1860): 1-0

 Douwe kwam met zwart in de Grand Prix aanval van het Siciliaans terecht. Qua rating was het nog de meest gelijkwaardige partij van de avond. Ook hiervan heb ik niets kunnen meekrijgen van het verdere wedstrijdverloop behalve dat hij het als één van de laatsten heel lang volhield. Hij zag f5 over het hoofd wat hem een pion zou opleveren, en maakte in tijdnood in een gelijkwaardige stelling een beslissende fout en moest ofwel zijn Dame geven via een paardvork of zich mat laten zetten.

 Bord 6 – Rudy Frieswijk (LB, wit, 1725) – Niels Brand (1956): ½-½

 Invaller Rudy had, net als Boudewijn, 231 ratingpunten meer tegenover zich zitten. Ook hier zag ik een Siciliaan op het bord komen. In het middenspel zag ik zowaar een interessante stelling voor Rudy. Vrijpionnen op de a- en b-lijn, die klaar stonden om naar de overkant te rennen. Wel twee torens op dezelfde lijnen er tegenover, maar met enige voorbereiding zou het misschien een kans op winst hebben kunnen opleveren. Of dit scenario ook is gevolgd, heb ik niet gezien. In elk geval heeft Rudy een knappe remise tegen de op papier veel sterkere Niels in de wacht gesleept.

Bord 5 – Gertjan Haan (wit, 2073) – Ramon Middeljans (LB, 1818): 1-0

 Aan dit bord het grootste ratingverschil t.w. 255 in het nadeel van Ramon. Van het wedstrijdverloop heb ik nagenoeg niets meegekregen, maar Ramon verloor dus ook.

 Bord 4 – Marcel Pouw (LB, wit, 1861) – Sjoerd Rookus (1980): 0-1

 Van Marcel’s partij herinner ik me een ‘matachtige’ situatie in het middenspel. Een zwarte koning op h5, een open g-lijn, wit paard op f5, witte toren op b-lijn of iets dergelijks. Zwarts koning is dus vastgenageld, maar nog niet mat. Met een stapje van de witte koning leek de switch van de toren naar de g-lijn mogelijk en vervolgens zou er misschien mat gedreigd kunnen worden via g2-g3-h3.

Het vervolg heb ik gemist. Later stond er opeens ook hier een 0-1 op het scoreformulier. Er zat inmiddels een dramatische avond aan te komen voor de club.

Bord 3 – Kenneth Muller (wit, 2092) – Hiddo Zuiderweg (LB, 1984): 1-0

 Hiddo kwam in een London-systeem terecht (d4 en Lf4 – opening). Sinds jaar en dag één van mijn favorieten vanwege de talloze combinatie- en offermogelijkheden als zwart de boel in de opening even te slap aanpakt. Wit opende al vroeg de aanval via de h-lijn, en met de witte koning nog steeds in het midden.

Hiddo antwoordde ogenschijnlijk actief op de damevleugel en kreeg ook mogelijkheden op tegenspel. Halverwege de partij waren er desondanks al offers van wit mogelijk (Ta1?). Was het doorslaggevend? Plotseling verscheen er ook een witte pion op g6 en dreigingen over h-lijn en g-lijn. Mat leek er als eerste voor wit in te zitten. De verdediging van zwart moest in elk geval super precies gevoerd worden. Opeens werden er handen geschud. Ook hier bleek het de overgave te zijn van Hiddo.

Bord 2 – Ton van Ingen (LB, 1973, wit) – Mathijs de Jong (2041): ½-½

 Ook hier een opening als bij Hiddo. Dit keer met Ton aan de witte stukken. Hier kwam geen K-aanval op het bord, maar een moeizaam geworstel met de stukken in het centrum. Ton leek langzaam een iets moeilijker stelling te krijgen, maar laat in de avond werd toch tot remise besloten.

 Bord 1 – Edim Salihbegovic (2052) – Klaas Dijkhuizen (LB, zwart, 1971): 1-0

Ik heb onbewust kennelijk een abonnement op de laatste partij van de avond. Tegen oud-clubgenoot kwam de Trompowski-opening (d4-Lg5) op het bord. Die speel ik met enige regelmaat zelf ook met wit. Met zwart heb ik mijn eigen openingszetten gekozen. Ook nu weer bleek het voldoende om snel al het potentiële gevaar van wit te beteugelen. Zodanig zelfs dat op de 16e zet de stelling volledig in evenwicht was en door mij remise werd aangeboden.

Edim sloeg het aanbod af. Al doorspelend verzuim ik tot twee keer toe een duidelijk en zelfs overwogen plan naar een potremise- stelling te kiezen. De stelling wordt daarna moeilijker en moeilijker, maar blijft dertig zetten lang redelijk in evenwicht. Ik maak een fout, het is al zet 46. Wit profiteert gelukkig niet. Edim probeert de boel te forceren, nauwkeurig spel van beide kanten is nu geboden. Wit bereikt langzaamaan winnend voordeel. Ik zit continu in tijdnood. De vermoeidheid laat zich ook nog eens gelden, bij ons beiden dus. Met 49.e6 geeft gelukkig ook Edim opeens al het voordeel weg. Remise komt nu toch echt in zicht. Het zou een terechte uitslag geweest zijn, maar …

In tijdnood en met 56….. c5 vergooi ik de partij. Met Kf5, wel in een flits in gedachten, was de zaak gered. Ik zag de fout direct en kon in feite ook direct opgeven, maar speel gefrustreerd nog een tiental zetten door.  Het schaken is een hard gelag af en toe. ‘Une triste histoire’ in elk geval voor Lewenborg deze avond. Eindstand 1-7.