door: Tony Westermann
door: Tony Westermann
door: Jan Drolenga
Eén van de mooiste onderdelen van het schaakspel is in mijn ogen het eindspel. In vorige artikelen heb ik hier ruimschoots aandacht aan besteed. Het gebeurde vaak, dat na een externe- of interne wedstrijd, als de partij werd afgebroken, een eindspel op het bord stond. Je had dan vaak een week de tijd om dit eindspel grondig te analyseren om te kijken, of je de partij nog kon winnen of om het verlies af te wenden. Ik spreek uit ervaring!! Tegenwoordig zijn er geen afgebroken partijen meer en als men bij het eindspel is aangekomen heeft men vaak weinig tijd over om de varianten goed door te rekenen wat betekent men de juiste zetten in veel gevallen niet kan vinden.
Uit één van de clubbladen van de voormalige schaakvereniging Unitas vond ik een interessant paardeneindspel, gespeeld in 1991 tijdens het wereldkampioenschap voor senioren in de Duitse stad Bad Wörishofen. De zwartspeler probeert een betere stelling in winst om te zetten terwijl de witspeler er alles aan doet om de partij nog te redden.
door: Douwe Pol
In de wedstrijd tegen Bedum mocht ik weer aan bord 5 aantreden. Na een aantal verliespartijen intern en een lange winterstop moest het maar weer eens gebeuren. Na de Siciliaanse verdediging, de Alapin variant staat na 12 zetten de volgende stelling op het bord.
door: Douwe Pol
Gisteren heb ik tegen Henk Dutmer een partij gespeeld die werd bepaald door “fouten” aan beide zijden. Uiteraard is dat vaak het geval, hoe kun je anders een partij winnen? En tijdens de partij heb je soms het gevoel…… er zit “mat” in, maar hoe? Dat had ik ook nadat Henk op zet Dxe6?? speelde…….
Maar hoe? hoe? Ik zag het niet. En dan weet je eigenlijk al, als ik thuis kom en de computer er op los laat, dan ….. en ja hoor. Mat in 3 gemist. Ik speel 22. Dh8+?? Maar hoe moest het verder?