Nieuws

HSP/Veendam I – Lewenborg I ; 5½-2½

Terug naar ‘de Kern’. Lewenborg 1 verliest in Hoogezand

door: Klaas Dijkhuizen

‘When the night has come, and the land is dark, …’

De begintekst van ‘Stand by me’ van Ben E. King (1961). Een wonderschoon nummer gecombineerd met een klassiek orkest. Het is dinsdagavond 17 februari tegen half twaalf en ik rij in zware gedachten terug naar huis in Ten Boer. Het is een toepasselijke tekst na een dramatische avond in Hoogezand. Het nummer is volledig passend bij de duisternis en de status van de hersenpan. Maar, ‘No one stands by me’ op dat moment. Ik was alleen.

HSP/Veendam 1 was in de 5e ronde de tegenstander in wijkcentrum ‘de Kern’ in Hoogezand. Op papier was HSP zo’n 50 ratingpunten zwakker. Voor beide teams stond er niets meer op het spel, behalve de eer. Rudy Frieswijk was opnieuw invaller, omdat Hiddo Zuiderweg het jeugdschaak op zijn agenda had staan. Eerlijk gezegd, vooraf dacht ik niet dat we gingen verliezen. Dat bleek dus een misvatting.

Op volgorde van uitslag wat toelichtingen per partij.

 

Bord 4 – Bart Romijn (HSP, wit, 1838) – Marcel Pouw (LB, 1857): 0-1

De wedstrijd was eigenlijk nog maar net op gang toen Marcel me na een dik kwartier al mededeelde dat hij gewonnen had. Na een kleine dertien zetten was wit in nadelige zin in een voortreffelijke openingsvoorbereiding van Marcel getrapt en kennelijk ook op beslissende achterstand gezet.

‘De eerste klap is een daalder waard’, denk je dan. Maar gezegden zijn niet altijd een goede voorbode, bleek vanavond. Bart was zelf hierna al snel met maatschappij ‘de Noorderzon’ vertrokken naar elders. Enigszins begrijpelijk.

 

Bord 5 – Ramon Middeljans (LB, zwart, 1840) – Arjen Waijer (HSP, 1830): 0-1

Het lukte Ramon ook nu weer om het bord al snel in vuur en vlam te zetten. Na e4 en e5 volgde al snel f4 en daarna een riskante witte lange rokade. Arjen kon via de half open c-lijn de witte koning onder vuur nemen. Een penning van wits dame op de e-lijn maakte het nog lastiger voor Ramon.

Toch kroop hij stapje voor stapje uit de gevarenzone en leek in het middenspel zelfs weer een interessante en levensvatbare stelling op het bord te krijgen naar mijn beoordeling. Hierna kan ik dezelfde tekst als in de wedstrijd tegen Groningen weer gaan herhalen. Opeens stond de beginopstelling weer op het bord en Ramon rondlopen. Hij had verloren en ik had weer de hele slotfase gemist.

 

Bord 6 – Lucien Jerphanion (HSP, wit, 1826) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1850): ½-½

Van Jan Wiebe zijn partij heb ik eigenlijk niet veel meegekregen. Remise.

 

Bord 7 – Rudy Frieswijk (LB, wit, 1720) – Kor Drenth (HSP, 1796): ½-½

Rudy kwam net als in zijn vorige invalbeurt weer met een goede stelling in het middenspel terecht. Met Pd6, gedekt door c5, wist hij dreigend de zwarte stelling binnen te dringen en daarmee de zwarte torens grotendeels lam te leggen. Voor mij leek het, dat hij vervolgens met zijn Dame en eigen torens de zwarte K-vleugel onder vuur kon nemen.  Daar is het kennelijk niet van gekomen. Opeens werd de vredespijp gerookt.

 

Bord 8 – Martin Hartman (HSP, wit, 1687) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1703): 1-0

Boudewijn kwam in een volledig gesloten en dichtgeschoven betonstelling terecht. Ogenschijnlijk was er geen enkele kans op offers of andere winnende strategieën. Er was maar één mogelijkheid voor beide en dat was loeren op een doorbraak via de a-lijn. Dat leek me echter redelijk gemakkelijk voorkomen te kunnen worden.

Ik zag Boudewijn opeens de noodzakelijke verdediger Pb6 terugtrekken en had er direct een slecht gevoel bij. Even later rolden dan ook de witte torens als een tankbataljon al bij zwart naar binnen. ‘Operatie Barbarossa’ bijna voor de kenners van WO II onder ons. Het was en leek direct beslissend. Tussenstand: 3-2 voor Hoogezand. Nog drie partijen, t.w. bord 1-3.

 

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, 2097, wit) – Wiebe Wielenga (HSP, 2003):  ½-½.

Bruno kwam in een Konings-Indische-partij terecht met f3 en zwart die aan beide kanten van het bord voor een fianchetto kiest. Via de h-lijn, na een lange rokade van wit, lijkt Bruno de beste kaarten in handen te hebben, mogelijk zelfs een winnende stelling. Toch wordt door wit een winnende combinatie en/of voortzetting niet gevonden. Zwart weet zelfs langzaam maar zeker alle aanvallende impulsen van wit te neutraliseren. De heren besluiten vervolgens het maar bij remise te houden.

 

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, wit, 1974) – Sander Sprik (HSP, 1892): 0-1

Ton kreeg weer het London-systeem op het bord. Volgens Nick Maatman nog steeds een saai systeem in zijn DVHN-rubriek. Voor de ‘echte schaakdeskundigen’ is het een opening, die bijna altijd tot aanvallend spel voor wit leidt als zwart niet actief speelt in de opening. De offermogelijkheden en lange-termijn-combinaties zijn vaak talrijk en schitterend. Ik kan het niet genoeg promoten.

Laten we kort en bondig zijn. Ton kreeg een totaal gewonnen stelling op het bord. Hij kon de genadeklap in twee zetten uitdelen ergens in het middenspel, maar koos voor een alternatief. Het bleek een kostbare beslissing. Sander drong nu zelf de kale witte stelling binnen en nam de Ton’s koning en pionnen gevaarlijk onder vuur. Ton kon er uitgeblust niets meer tegenover zetten en verloor.

 

Bord 2 – Erwin Reintke (HSP, wit, 1758) – Klaas Dijkhuizen (LB, 1975): 1-0

Meer dan 200 ratingpunten verschil. In de Aljechin achter het bord heb ik er niet veel van gemerkt. Op mijn eigen terrein, ik speel het al zo’n dikke dertig jaar, zou ik moeten weten waar ik op moet passen. Ik kom nog wel zonder problemen in een comfortabele stelling en zie aan het hoofdschudden van mijn tegenstander dat hij op onbekend terrein is.

Toch verslap ik even. Op zet 12-15 kom ik met achtereenvolgens d5, e5, f5 en f4. De laatste twee zetten zijn dan al ‘bewust’ dubieus. Omdat ik, na 14. c5 van wit, pionverlies over het hoofd zag, gooide ik daarom de knuppel maar in het hoenderhok. Stockfish meldt vanwege de goede opstelling van zwart zijn stukken slechts een klein minnetje. Ik had dus het pionnetje met een fraaie combinatie (niet opgemerkt) dan wel verloren, maar met een acceptabele en speelbare stelling. Erwin bleef na f4 stoïcijns en wikkelde en ruilde beheerst af naar een degelijke stelling met zelfs twee pionnen voorsprong. Het was kansloos voor ondergetekende en in het verre eindspel moest ik hem de hand reiken. Vervolgens mocht ik thuis de resterende haren uit het hoofd rukken en nog langdurig voor mij uit staren.

NOSBO beker SISSA – Lewenborg : 3½-½

door: Klaas Dijkhuizen

Lewenborg 1 (beker) verdwaalt in de ‘London Smog’ opnieuw tegen Sissa 1

Het is nog maar 17 dagen na de harde competitie-nederlaag (1-7) tegen Sissa 1. In de 2e bekerronde, gisteren 6 februari, waren ze opnieuw onze tegenstanders.

Gelukkig was Bruno Jelic, die zijn rating in twee maanden tijd omhoog wist te krikken naar 2097, nu bij ons wel van de partij. We konden daardoor op ons sterkst beginnen met verder ondergetekende (Klaas Dijkhuizen), Ton van Ingen en Hiddo Zuiderweg. Onderaan de streep was er nog maar sprake van gemiddeld 65 ratingpunten in ons nadeel. Dan heb je een kans, denk je dan en optimistisch als altijd.

De loting bepaalde dat Lewenborg wit had aan de oneven borden. Opmerkelijk was gisteren, dat zowel aan bord 1, 3 en 4 het vroeger wat ‘minderwaardig beoordeelde’ London Systeem op het bord kwam. Twee keer met wit door Bruno en Ton gespeeld en Hiddo die zich met zwart er tegen moest wapenen.

Persoonlijk speel ik de opening zelf ook al sinds begin jaren tachtig, uitmondend in de ‘partij van de eeuw’ Dijkhuizen-Sijbring 1985-11-13 en nog altijd de moeite waard om eens na spelen.

Even een uitstapje. De ‘London Smog’ was al sinds de 19e eeuw berucht en maakte vermoedelijk al heel lang regelmatig slachtoffers. Dat was helemaal het geval in en na december 1952. Het milieu speelde eigenlijk nog geen of nauwelijks rol in het menselijk bestaan. En dat hebben ze daar geweten. Door een combinatie van windstil en koud, vriezend weer gedurende een vijftal dagen ontstond een mist waarin de rook van de kachels (hout en kolen) een grote rol ging spelen. Het zicht ging terug naar minder dan een meter (!) op sommige momenten. De kachelrook werd samen met de mist elke dag giftiger en giftiger. Het eindresultaat: 4000-12000 doden, en honderdduizend zieken.

Op naar de ‘smog’ in de wedstrijd.

Bord 4 – Mathijs de Jong (2039, wit) – Hiddo Zuiderweg (LB, 1963): ½-½

Hiddo kwam dus met zwart in het London Systeem (d4-d5, Lf4-Pf6 etc.) terecht. Hij kreeg het heel moeilijk. Wit wist een ogenschijnlijk gevaarlijke aanval op te bouwen en Hiddo moest alle zeilen bijzetten om niet te verliezen. Toch raakte hij een pion achter. Met originele verdedigingszetten wist hij echter het grootste gevaar te keren, kennelijk ook de stelling te neutraliseren en uiteindelijk zelfs helemaal in evenwicht te brengen. Remise het eindresultaat, en de ‘smog’ dus overleefd.

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, 1974, wit) – Edim Salihbegovic (2062): 0-1

Ook hier dus de ‘Londoner’. Ton toonde geen ontzag voor de bijna extra 100 ratingpunten van zijn tegenstander Edim. Na wat schermutselingen op de Damevleugel, wel met pionoffer van wit, begon Ton aan een K-aanval. Zijn koning bleef in het midden om tijd te winnen. Met Lb1, Lf4, Dc2, Th1, en pion f3, g4, h5 zag de stelling er veelbelovend uit. Toen hij met h5 de aanval op het fianchetto van zwart begon beoordeelde ik de stelling zelfs als ‘winnend’.

Maar Edim is een taaie en ook een originele verdediger. Langzaam wist hij met zwart de witte aanval te vertragen en te neutraliseren. Tussentijds begon hij te loeren op Ton’s koning. Ton moest meer en meer zijn aandacht vestigen op verdedigende taken. In deze ‘smog’ van aanval en tegenaanval waren er vele (?) mogelijke alternatieve zetten, die ‘met beter zicht’ achteraf gezien als ‘beter voor wit’ beoordeeld zouden worden. Ton vond ze niet tijdens de partij. Erger nog, Ton zijn koning werd een prooi en door Edim opgejaagd naar de damevleugel om daar ergens in een eenzame hoek ‘vermoord’ te worden. ’Gemiste’ kans voor Lewenborg, zei mijn gevoel.

Bord 2 – Gertjan Haan (wit, 2053) – Klaas Dijkhuizen(LB, 1975): 1-0

In mijn eigen partij werd begonnen met een b4-e5 opening, gevolgd door rustig openingsspel. Ik verzuimde licht voordeel te behalen met opmars e4, maar met wat manoeuvreerwerk van Pb8-a6-c7-e6 werd op de 16e zet een gelijkwaardige stelling bereikt. Langdurig, eigenlijk te lang, dacht ik vervolgens na over een paardoffer op f4 richting de witte koningsstelling. Het lukte maar niet om ‘iets’ beslissends te vinden en dus werd er vanaf gezien.

Direct erna en met de tijdsdruk van de klok er bij volgden een aantal positioneel zwakkere zetten. Gertjan greep zijn kans en liet meer los. Stapje voor stapje werd de strop om mijn hals dichtgeknoopt en met een ‘blooper’ zorgde ik voor een snelle dood. Langdurig bleef het gevoel hangen, dat ik iets gemist (daar is ie weer) had. Stockfish had er zijn bedenkingen bij.

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, wit, 2097) – Kenneth Muller (zwart, 2113): 0-1

Bruno kwam als derde in een London-systeem terecht. Hier ging het in de partij er een stuk rustiger aan toe. Zwart kreeg een pionopstelling met c4, b5 en a6 op het bord, maar de stelling leek heel lang in evenwicht te zijn. Een koningsaanval voor wit, zoals bij Ton, lijkt er echter geen moment in te hebben gezeten. Toch, van verliesgevaar voor Bruno leek lange tijd geen sprake.

De slotfase van de partij heb ik vanwege eigen analyseerwerk gemist. Bruno verloor kennelijk ook het zicht in de London Smog, maakte ergens een cruciale fout en verloor ook. Uitschakeling in de beker was daarmee een feit.

Lewenborg I – SISSA I : 1-7

Une triste histoire’ – Lewenborg 1 hard onderuit tegen Sissa 1 

door: Klaas Dijkhuizen

De geschiedenis herhaalt zich. Net als na de laatste wedstrijd tegen Groningen Comb. 1 kom ik weer met een waardeloos gevoel thuis, heb een korte en dus slechte nachtrust en sta ik gebroken op. Tussendoor maalt in de slaap de partij door in het hoofd. Simpele zetten en oplossingen passeren de revue.

In de keuken staat ’s ochtends de radio aan. Muziek van Michel Fugain komt de oren binnen. Het is ‘Une belle histoire’https://youtu.be/EgLoBUP5TbI . Eigenlijk besef je op zo’n moment pas wat een wonderschoon, relaxed en opbeurend nummer dit is. Het is een romantisch vakantieverhaal.

Ik sleep me met ‘nieuwe muzikale energie’ de dag door. Desondanks ging ook het vaste hardlooprondje hierna moeizaam. Wat kan een simpel schaakpartijtje toch langdurig na-ijlen. ‘Gelukkig is het maar een spelletje’, is mijn eigen veelvuldig herhaald devies om een en ander te relativeren. Romantiek als in het liedje was deze dag in elk geval ver te zoeken. Ik kon me ook nog niet zetten tot het schrijven van een verslag.

Donderdag 22 januari 2026, twee dagen later. De vierde externe NOSBO-wedstrijd was dus afgelopen dinsdag Lewenborg 1 – Sissa 1. Tegenvallers waren de afzeggingen van Bruno Jelic, eerste bordspeler en op het laatste moment ook nog Jan Wiebe van Veen. Douwe Pol (derde keer) en Rudy Frieswijk waren hun vervangers.

Sissa kwam op bezoek met gemiddeld 2006 aan rating. Lewenborg zette er 1863 tegenover. Dat het weer een zware avond zou worden stond als een paal boven water. Op naar de wedstrijd, waarvan ik door tijdgebrek veel heb gemist.

Bord 8 – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1711, wit) – Wouter Maneschijn (1942): 0-1

 Boudewijn moest opboksen tegen 231 ratingpunten extra. Hij vergat na een door zwart aangenomen d4-gambiet het c4-pionnetje weer in beslag te nemen. Hij kwam daarom moeizaam te staan, en met dus een langdurige achterstand van een pion. Vermoedelijk is hij langzaam maar zeker van het bord geschoven. Boudewijn verloor.

Bord 7 – Maarten Roorda (wit, 1913) – Douwe Pol (LB, 1860): 1-0

 Douwe kwam met zwart in de Grand Prix aanval van het Siciliaans terecht. Qua rating was het nog de meest gelijkwaardige partij van de avond. Ook hiervan heb ik niets kunnen meekrijgen van het verdere wedstrijdverloop behalve dat hij het als één van de laatsten heel lang volhield. Hij zag f5 over het hoofd wat hem een pion zou opleveren, en maakte in tijdnood in een gelijkwaardige stelling een beslissende fout en moest ofwel zijn Dame geven via een paardvork of zich mat laten zetten.

 Bord 6 – Rudy Frieswijk (LB, wit, 1725) – Niels Brand (1956): ½-½

 Invaller Rudy had, net als Boudewijn, 231 ratingpunten meer tegenover zich zitten. Ook hier zag ik een Siciliaan op het bord komen. In het middenspel zag ik zowaar een interessante stelling voor Rudy. Vrijpionnen op de a- en b-lijn, die klaar stonden om naar de overkant te rennen. Wel twee torens op dezelfde lijnen er tegenover, maar met enige voorbereiding zou het misschien een kans op winst hebben kunnen opleveren. Of dit scenario ook is gevolgd, heb ik niet gezien. In elk geval heeft Rudy een knappe remise tegen de op papier veel sterkere Niels in de wacht gesleept.

Bord 5 – Gertjan Haan (wit, 2073) – Ramon Middeljans (LB, 1818): 1-0

 Aan dit bord het grootste ratingverschil t.w. 255 in het nadeel van Ramon. Van het wedstrijdverloop heb ik nagenoeg niets meegekregen, maar Ramon verloor dus ook.

 Bord 4 – Marcel Pouw (LB, wit, 1861) – Sjoerd Rookus (1980): 0-1

 Van Marcel’s partij herinner ik me een ‘matachtige’ situatie in het middenspel. Een zwarte koning op h5, een open g-lijn, wit paard op f5, witte toren op b-lijn of iets dergelijks. Zwarts koning is dus vastgenageld, maar nog niet mat. Met een stapje van de witte koning leek de switch van de toren naar de g-lijn mogelijk en vervolgens zou er misschien mat gedreigd kunnen worden via g2-g3-h3.

Het vervolg heb ik gemist. Later stond er opeens ook hier een 0-1 op het scoreformulier. Er zat inmiddels een dramatische avond aan te komen voor de club.

Bord 3 – Kenneth Muller (wit, 2092) – Hiddo Zuiderweg (LB, 1984): 1-0

 Hiddo kwam in een London-systeem terecht (d4 en Lf4 – opening). Sinds jaar en dag één van mijn favorieten vanwege de talloze combinatie- en offermogelijkheden als zwart de boel in de opening even te slap aanpakt. Wit opende al vroeg de aanval via de h-lijn, en met de witte koning nog steeds in het midden.

Hiddo antwoordde ogenschijnlijk actief op de damevleugel en kreeg ook mogelijkheden op tegenspel. Halverwege de partij waren er desondanks al offers van wit mogelijk (Ta1?). Was het doorslaggevend? Plotseling verscheen er ook een witte pion op g6 en dreigingen over h-lijn en g-lijn. Mat leek er als eerste voor wit in te zitten. De verdediging van zwart moest in elk geval super precies gevoerd worden. Opeens werden er handen geschud. Ook hier bleek het de overgave te zijn van Hiddo.

Bord 2 – Ton van Ingen (LB, 1973, wit) – Mathijs de Jong (2041): ½-½

 Ook hier een opening als bij Hiddo. Dit keer met Ton aan de witte stukken. Hier kwam geen K-aanval op het bord, maar een moeizaam geworstel met de stukken in het centrum. Ton leek langzaam een iets moeilijker stelling te krijgen, maar laat in de avond werd toch tot remise besloten.

 Bord 1 – Edim Salihbegovic (2052) – Klaas Dijkhuizen (LB, zwart, 1971): 1-0

Ik heb onbewust kennelijk een abonnement op de laatste partij van de avond. Tegen oud-clubgenoot kwam de Trompowski-opening (d4-Lg5) op het bord. Die speel ik met enige regelmaat zelf ook met wit. Met zwart heb ik mijn eigen openingszetten gekozen. Ook nu weer bleek het voldoende om snel al het potentiële gevaar van wit te beteugelen. Zodanig zelfs dat op de 16e zet de stelling volledig in evenwicht was en door mij remise werd aangeboden.

Edim sloeg het aanbod af. Al doorspelend verzuim ik tot twee keer toe een duidelijk en zelfs overwogen plan naar een potremise- stelling te kiezen. De stelling wordt daarna moeilijker en moeilijker, maar blijft dertig zetten lang redelijk in evenwicht. Ik maak een fout, het is al zet 46. Wit profiteert gelukkig niet. Edim probeert de boel te forceren, nauwkeurig spel van beide kanten is nu geboden. Wit bereikt langzaamaan winnend voordeel. Ik zit continu in tijdnood. De vermoeidheid laat zich ook nog eens gelden, bij ons beiden dus. Met 49.e6 geeft gelukkig ook Edim opeens al het voordeel weg. Remise komt nu toch echt in zicht. Het zou een terechte uitslag geweest zijn, maar …

In tijdnood en met 56….. c5 vergooi ik de partij. Met Kf5, wel in een flits in gedachten, was de zaak gered. Ik zag de fout direct en kon in feite ook direct opgeven, maar speel gefrustreerd nog een tiental zetten door.  Het schaken is een hard gelag af en toe. ‘Une triste histoire’ in elk geval voor Lewenborg deze avond. Eindstand 1-7.

 

Snelschaak kampioenen Lewenborg

1975
1976
1977
1978  Ignace Hendriks
1979  Theo van Dellen
1980  Cees Hofman
1981
1982  Cees Hofman
1983  Ignace Hendriks
1984  Ignace Hendriks
1985  Ignace Hendriks
1986  Otto Rubingh
1987
1988
1989  Otto Rubingh
1990  Martin Riksten
1991
1992  Martin Riksten
1993  Rudy van Wessel
1994  Martin Riksten
1995  Harold van Heeringen
1996
1997  Wim Blokzijl
1998  Hans Polee
1999  Hans Polee
2000
2001
2002
2003
2004
2005  Adrian Clemens
2006  Adrian Clemens
2007
2008  Adrian Clemens
2009
2010  Ramon Middeljans
2011  Roy Bons
2012  Ramon Middeljans
2013  Ramon Middeljans
2014  Ramon Middeljans
2015  Ramon Middeljans
2016  Ramon Middeljans
2017  Hiddo Zuiderweg
2018  Marcel Pouw
2019  Hiddo Zuiderweg
2020  Edim Salihbegovic
2021  –
2022  Klaas Dijkhuizen
2023  Klaas Dijkhuizen
2024  Bruno Jelic
2025  Bruno Jelic
2026  Bruno Jelic