1975
1976
1977
1978 Ignace Hendriks
1979 Theo van Dellen
1980 Cees Hofman
1981
1982 Cees Hofman
1983 Ignace Hendriks
1984 Ignace Hendriks
1985 Ignace Hendriks
1986 Otto Rubingh
1987
1988
1989 Otto Rubingh
1990 Martin Riksten
1991
1992 Martin Riksten
1993 Rudy van Wessel
1994 Martin Riksten
1995 Harold van Heeringen
1996
1997 Wim Blokzijl
1998 Hans Polee
1999 Hans Polee
2000
2001
2002
2003
2004
2005 Adrian Clemens
2006 Adrian Clemens
2007
2008 Adrian Clemens
2009
2010 Ramon Middeljans
2011 Roy Bons
2012 Ramon Middeljans
2013 Ramon Middeljans
2014 Ramon Middeljans
2015 Ramon Middeljans
2016 Ramon Middeljans
2017 Hiddo Zuiderweg
2018 Marcel Pouw
2019 Hiddo Zuiderweg
2020 Edim Salihbegovic
2021 –
2022 Klaas Dijkhuizen
2023 Klaas Dijkhuizen
2024 Bruno Jelic
2025 Bruno Jelic
2026 Bruno Jelic
Webmaster
Snelschaakkampioenschap 2025-2026
Een aantal foto’s met dank aan Albert W
![]()
![]()
![]()
Interne competitie ronde 11
In ronde 11 van de interne competitie speelde Jouke een knappe partij tegen Jan Wiebe.
Groninger Combinatie I – Lewenborg I : 6½-1½
Geen pakjesavond voor Lewenborg 1 in Denksportcentrum
door: Klaas Dijkhuizen
Ochtend 5 december 2025. Sinterklaas. Wat eerst te doen? Hardlopen 5km, de pakjes, gedichten of een schaakverslag. Dan kies je natuurlijk voor het verslag, maar na het hardlopen.
Gisteravond stond de derde externe NOSBO-wedstrijd op de agenda t.w. Groninger Combinatie 1 – Lewenborg 1. Teamcaptain en verslaggever Klaas, en dus bijna naamgenoot van die man met zijn mijter, was tijdig afgereisd om een en ander hopelijk op tijd te laten beginnen.
GC 1 is het sterkste team in onze klasse en heeft eigenlijk elk jaar een abonnement op het kampioenschap. Lewenborg 1 maakte zich dan ook niet al te veel illusies, maar was wel van plan de huid zo duur als mogelijk te verkopen. Hiddo Zuiderweg moest om andere schaakverplichtingen afzeggen en Douwe Pol viel daarom voor de tweede maal in.
GC 1 heeft ratingspelers van gemiddeld 2066 (range 1804 -2336) en Lewenborg gemiddeld 1884 (1724-1990). Waarom zo’n sterk team de spelers niet op volgorde van rating opstelt is me een raadsel. Dat is toch een vorm van ‘verplichte’ ethiek in de schaakwereld. We zijn immers geen dammers. Ook bij een opstelling op volgorde zou de uitslag vermoedelijk niet veel anders geworden zijn, maar waren er misschien nog iets spannender partijen geweest. Desalniettemin, een aantal van ons hadden al eens een GM of FM verslagen, dus we gaven het niet bij voorbaat op.
Op volgorde van uitslag verliep de best wel boeiende, interessante en soms spannende avond als volgt: (het ‘toetje met slagroom’ helemaal onderaan)
Bord 7 – Douwe Pol (LB, wit, 1821) – Chelvan Landman (GC, 1804)
De enige partij gisteravond met ongeveer gelijkwaardige ratings. Douwe zijn e4 werd met d5 beantwoord, de Scandinavische opening. Die werd correct door beiden behandeld. In het middenspel probeerde zwart een K-aanval op te zetten. Pg4 werd aangeboden door zwart en gesteund door h5, maar door Douwe geweigerd. Accepteren betekende een aanval over de h-lijn en diagonaal h2-b8 met T en Dame. Douwe weigerde het offer, wist het gevaar te keren en even later werd de vrede gesloten. Remise. Een mooie start.
Bord 8 – Xander Mostertman (GC, wit, 2061) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1724)
Boudewijn moest dus 340 ratingpunten meer opboksen. Dat probeerde hij na e4 met een fianchetto-opstelling op de K-vleugel. Al heel snel kwam hij echter in moeilijkheden en werd hij langzaam maar zeker onder de voet gelopen. 1-0.
Bord 5 – Ramon Middeljans (LB, wit, 1851) – Himar Ambrono Navarro (GC, 1922)
Altijd veel creativiteit in Ramon zijn spel. Ook gisteren weer. Naar mijn gevoel stond hij na a4 (aanval op Lb5) en met Pe5, twee niet gerokeerde koningen, open lijnen en diagonalen, en daarmee een zeer ingewikkelde stelling toch best aardig. Het vervolg heb ik jammer genoeg niet meegekregen, maar opeens zag ik de beginopstelling weer op het bord staan en kreeg ik te horen, dat hij verloren had. Ik ben benieuwd of mijn snelle diagnose ook klopte.
Bord 6 – Abdullah Almefalani (GC, wit, 1950) – Marcel Pouw (LB, 1851)
Marcel bereikte in het middenspel een geweldig mooie stelling met ruimte, breed pionnencentrum en dat was ook de mening van de inmiddels aanwezige Hiddo, als toeschouwer dus. Op zijn minst een heel kansrijke stelling. Toch zag ik opeens hetzelfde eindscenario als bij Ramon. Ook nu kreeg ik dezelfde uitslag te horen. Tussenstand 3½-½.
Bord 5 – Nanne van Foreest (GC, wit, 1968) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1887)
Jan Wiebe mocht dus tegen één van de vele ‘Foreesters’, in dit geval Nanne. Het werd een mooie partij na een Pirc-opening (e4, d6). Nanne offerde ergens in het middenspel een stuk in ruil voor drie pionnen en K-aanval. Op een aantal momenten kon ik nog even een blik werpen op de stelling. De grote vraag voor Jan Wiebe was natuurlijk: “Kan ik de K-aanval afslaan?”. Zelf dacht ik, dat het misschien mogelijk was. JW had echter een tweede probleem. De stukken op de D-vleugel waren namelijk niet ontwikkeld. Zijn tegenstander nam dan ook zijdelings beide kanten onder vuur. Het slot heb ik niet gezien, maar de uitslag was wel weer in het voordeel van de hogere ratinghouder. Nanne wint. Daarmee is de wedstrijd al beslist. Het staat intussen 4½-½.
Bord 2 – Machteld van Foreest (GC, wit, 2302) – Ton van Ingen (LB, 1967)
Ton mocht tegen de tweede Foreest in het GC-gezelschap. Niet de minste, want Machteld is NK bij de vrouwen. Zelfs al meerdere keren. Ook hier zien we de Pirc-opening. Het werd een interessante partij waarin het ogenschijnlijk af en toe leek, dat Ton kansen had op (tegen)spel. Ton heeft of moest zijn dame inleveren in het middenspel. De compensatie voor Ton: twee torens, een breed pionnenspel op de damevleugel, Machteld haar koning die vrijwel onbeschermd op h2 stond. Het laatste zou kansen moeten bieden als de zwarte torens zouden kunnen binnendringen. De torens stonden echter niet gezamenlijk op een open lijn en werkten dus niet samen. Ondertussen voerde Machteld met haar dame en een e-pion de druk op naar Ton’s K-vleugel. Ton kreeg geen kans om zijn stelling te verbeteren, hij kreeg ook geen kans om de aanval op de andere zijde van het bord tegen te houden en moest ook het onderspit delven. Het begon op een behoorlijke afstraffing te lijken qua resultaat. En dan is er toch opeens licht in de duisternis.
Bord 1 – Bruno Jelic (LB, 1966, wit) – Savely Jakovlev (GC, 2187) 1-0.
Opeens is er dan zomaar een winstpartij en zelfs aan bord 1 waar Bruno ruim 200 ratingpunten extra moet overwinnen. Hij deed dat op fraaie wijze en zijn partij volgt onderaan. Tussenstand: 5½-1½.
Bord 3 – Klaas Dijkhuizen (LB, wit, 1990) – Maurice Schipper (GC, 2302)
Dan de laatste partij van de avond. Ook nu kon ik het niet laten de zaak onnodig een beetje te rekken. De voornaamste reden: ik had geen idee van de rating van mijn tegenstander. Ook hier was er dus sprake van ruim 300 punten ratingverschil.
Na een Engelse opening met c4, fianchetto door zwart, spel over e-lijn en K-vleugel speelde ik een paar wat minder sterke zetten. Op de 12e zet zegt Stockfish (SF) al -1.4 in het voordeel van zwart. Toch, de stelling is compact en niet 1-2-3 te winnen. Ook Maurice kent een wat mindere fase tot de 29e zet. Met een fraaie loper-manoeuvre van wit (Lg2, Lf3, Le2, Ld3 en Lxf5) weet ik weer helemaal terug te komen tot 0.0 aldus SF. Tf5 van zwart hangt dan in de lucht.
Een cruciaal moment is op dat moment aangebroken. Ik moet kiezen tussen aanval op dame op de e-lijn met de toren of Tf5 aanvallen met de dame. Kies ik de eerste dan zou ik drie zetten later een betonstelling kunnen hebben en met een goede kans op remise. Ik kies tot mijn spijt de tweede optie. Zo hard geknokt om de 0.0 te realiseren en dan dit.
Drie zetten later ben ik de belangrijke pion op c4 kwijt. De stelling oogt daarna moeilijk tot slecht, wat gerommel wordt ook niet beloond. En omdat ik geen idee had van de sterkte van Maurice rek ik mijn doodsstrijd tot de 58e zet. Daarmee de eindstand van de wedstrijd op 6½ – 1½ in het voordeel van GC bepalend.
Gedetailleerde uitslag: https://nosbo.netstand.nl/rounds/view/410
Dan hieronder de partij van Bruno. Langdurig gaat het gelijk op, zelfs lang wat lichte plusjes voor zwart, maar vermoedelijk alles binnen de remisemarge. Zwart lijkt dan toe te slaan op de damevleugel en met een mogelijke vrijpion. Dan volgt een zwarte misstap en Bruno slaat genadeloos toe. De eer was gered.
Hier de partij van Bruno met wat commentaar van mijn kant:
NOSBO beker: winst en verlies voor Lewenborg in ronde 1
Door: Klaas Dijkhuizen
Dinsdag 26 november. Zowel Lewenborg 1 als 2 spelen in Het Dok hun eerste bekerwedstrijd. Lewenborg 1 tegen Van der Linde 1, en Lewenborg 2 (rating gemiddeld 1822) tegen HSP/Veendam 1 (ook 1822). Tegenslag was er voor Van der Linde, die ook al in april nog met 8-0 door Lewenborg werd verslagen. Na eerst hun sterkste speler Bert van der Leest te zien afzeggen wegens ziekte, moest ook een tweede speler zich afmelden. Een verzoek om de wedstrijd later te spelen, kwam een beetje laat op de dag en was daarom lastig of beter gezegd niet meer te honoreren. Met enige moeite, maar wel ernstig verzwakt qua speelsterkte, kwamen ze gelukkig nog wel met een viertal spelers opdraven. We beginnen echter met een terugblik op de spannendste wedstrijd van de avond en dat was die van Lewenborg 2.
Lewenborg 2 begon met een tamme en vreedzame remise. Aan bord 2 speelde Marcel Pouw (wit, 1854) tegen Bart Romijn (1812). In hoog tempo werden er na d4-opening een twintigtal zetten gespeeld waarna de vredespijp ‘buiten’ werd gerookt. Heel anders ging het toe aan de overige drie borden. Daar gebeurde zoveel, dat er in hoog tempo van links naar rechts moest worden geswitcht om maar niets te missen van drie superspannende partijen. Ver na elven werd de strijd pas beslist aan deze drie borden. Een strijd op leven en dood.
De eerste van deze drie die uit was, was Douwe Pol. Hij speelde met zwart aan het derde bord een bijzonder moeilijke partij tegen Kor Drent. Beiden hebben een rating van 1809. In het middenspel lukte het Kor twee verbonden vrijpionnen op de a- en b-lijn te krijgen (a4 en b5), ondersteund door D, 2x T en Loper. Douwe kreeg als compensatie een vrije c-pion op c4. Wie de partij in zijn voordeel leek te gaan beslissen, was zelfs aan de zijlijn heel moeilijk te beoordelen. Dat het geen remise zou worden, was wel vrij zeker. Belangrijk was vooral het in bedwang houden van de zenuwen vanwege de vrijpionnen. Continu moest de doorbraak richting promotieveld beoordeeld en berekend worden. Desondanks, eerst gaf ik Kor toch de meeste kans op winst. Factor twee in dit spektakel waren echter de zenuwen en hoe deze in bedwang te houden.
Douwe besloot op het juiste moment zijn vrijpion in beweging te zetten. Een paar zetten later stond deze op c2, geblokt door Dc1. Nog steeds lijkt wit, Kor, een tikkeltje beter te staan, maar hij begon zenuwachtiger te spelen met verdedigende zetten. Vermoedelijk had hij ook sneller moeten proberen zijn pionnen in beweging te krijgen. Daarnaast ziet hij een enorme verrassing van Douwe niet aankomen. Via Dc3 kan Douwe namelijk plotseling de Toren op a1 slaan met het offeren van de Dame. Wit moet terugnemen met zijn Dc1 en pion c2 kan vervolgens promoveren. Zwart heeft dan een toren voorsprong. De a- en b-pion van wit kunnen ondanks eendrachtige samenwerking niet meer de overkant bereiken. Kor geeft op, en Douwe kan weer een mooie en goed gespeelde partij op zijn conto bijschrijven. Tussenstand 1½-½.
Aan bord 1 speelt Jan Wiebe van Veen (zwart, 1870) tegen teamcaptain Sander Sprik (1874). Het lukt Sander langdurig om het zwart zo moeilijk te maken met dreigingen, dat Jan Wiebe niet aan rokeren toekomt. Toch, ondanks de koning in het centrum was de stelling zo compact, dat een gemakkelijke doorbraak ook niet snel mogelijk was. Jan Wiebe had wel continu het gevoel, dat hij alleen maar aan het ‘keepen’ was en dat slokte enorm veel speeltijd op. Met weinig tijd op de klok besluit hij als nog te rokeren. Drie zetten later staat hij de kwaliteit achter. Toch is de stelling nog steeds ingewikkeld. Ook Sander heeft steeds minder tijd en besluit in de slotfase een loper te offeren. Jan Wiebe neemt deze en dat betekent, dat hij de Df8 moet ruilen tegen een Toren. Toen de rookwolken een beetje waren opgetrokken had Sander alleen nog de Dame en een zestal pionnen en Jan Wiebe Lg7, Tc7, Pa7 en wat minder pionnen. Qua stukcompensatie leek het aardig in evenwicht, maar Sander kon na de offers en de heksenketel er na ook nog Db6 spelen. Eén van de twee stukken van zwart (op c7 en a7) zou daarom wegens een pion op b7 het onderspit delven. Zelfs met T+L kan je het dan de tegenstander soms moeilijk maken, maar de vele pionnen van wit zouden vermoedelijk vroeg of laat de doorslag geven. Jan Wiebe liet het zich niet meer bewijzen en gaf op. De stand nu: 1½-1½. Bord vier moest dus de beslissing brengen.
Bord 4. Daar zit Boudewijn Hoogenboom (wit, 1754) tegen Arjen Draijer (1792) te spelen. Ook hier zien we een supermoeilijk midden-en eindspel. Zwart valt pionnen op de a- en b-lijn aan, maar heeft een Lb7 die door eigen en Boudewijn zijn pionnen is opgesloten op de damevleugel. Boudewijn weet pionverlies in lichte tijdnood en met moeilijke stelling met precies spel en op originele wijze te voorkomen. Zwart geeft nog wel op het laatst een schaakje op de onderste lijn zonder dreiging. Boudewijn, al lang in tijdnood, kiest voor vluchtveld Kh2. Het is zijn eerste iets zwakkere zet, want beter was Kf2 om de stukken in het centrum te ondersteunen. Toch was er nog niet zoveel aan de hand als hij zijn pionnen maar liet staan op de K-vleugel, zijn Paard op c5 zet en met de toren op een gunstig moment naar de overkant brengt. Mogelijk staat hij vanwege het betere en actievere stukkenspel dan zelfs iets beter, maar ik geef toe dat het dan nog steeds een moeilijk eindspel geweest zou zijn. Boudewijn zit daarnaast dus ook nog eens in tijdnood, of beter gezegd nog steeds.
Dan besluit zwart iets te ondernemen op de K-vleugel met zijn pionnen. Zolang wits pion maar op f5 bleef staan, zou er dan nog steeds niet al te veel aan de hand zijn. En pion f5 werd goed ondersteund, dus de zwarte loper kon niet in actie komen. Toch wordt er opeens door wit geruild door f5 en op e6. Zwart zijn loper komt daardoor tot leven. Wit ruilt ook nog eens zijn sterke paard en de zwarte koning dreigt opeens via het centrum binnen te marcheren. Of dit laatste op dat moment nog te verhinderen was, kan ik niet goed zeggen. Wit’s koning stond echter op h2 en dat bleek te ver weg. Zwart kan wit zijn a- en b-pion veroveren en het is direct uit. Boudewijn geeft op. Zo mooi verdedigd en gespeeld in tijdnood, dan is zo’n nederlaag heel jammer en heel frustrerend. Lewenborg 2 verliest dus met 1½-2½.
Over Lewenborg 1 kunnen we kort en bondig zijn. De tegenstander was verzwakt en daarom zelfs veel te zwak om het ons moeilijk te maken. Alleen ik (bord 1, zwart) gooide als ‘Sinterklaas’ nog een ‘pepernoot’ in de hoek. Ik gaf pardoes pion d4 cadeau. De stelling oogde vervolgens als beton voor wit, Henk de Ridder (1751), die ondanks deze voorsprong direct ook maar remise voorstelde na 15 zetten. Ik kon alleen maar met veel risico doorspelen en accepteerde het dus min of meer noodgedwongen.
Aan bord 2 had Bruno Jelic (wit) een plus van 380 ratingpunten tegen. Ook hij kreeg direct ‘het paard van Sinterklaas’ c.q. Fred Visschers cadeau en maakte het af met een aanval op de koning.
Aan bord 4 had Hiddo Zuiderweg zelfs 1990 ratingpunten meer tegen Jaap Dijkstra. Na een e4-e5-opening besliste Hiddo (wit) de partij in het middenspel met het doorschuiven van pion d5 naar d6. Gelijktijdig daarmee zwart met Lc4 schaak zettend en de dame op c7 aanvallen. Jaap gaf direct op.
Aan bord 3 kreeg Ton van Ingen (zwart) nog redelijk goed tegenspel. Zijn koning, zonder al te veel bescherming, kon in het middenspel misschien worden aangevallen. Dat gebeurde echter niet. Het was juist Ton, die ergens in het middenspel beslissend toe kon slaan met dreiging van een K-aanval of stukwinst.
Lewenborg 1 wint met 3½-½ en gaat dus door naar de 2e ronde. Voor het 2e team is het al dus weer over en uit.
