Jouke speelde in de externe wedstrijd Valthermond I – Lewenborg II
Maand: maart 2026
Lewenborg I – Leek I ; 5-3
Verrassende winst Lewenborg 1 tegen Leek 1
Door: Klaas Dijkhuizen
Dinsdag 17 maart bleek maar weer eens dat het schaakbord vierkant is. Tegen Hoogezand-Sappemeer werd het een maand geleden tegen de verwachting in een nederlaag en gisteren was het omgekeerde het geval. Een leuk partijtje van Marcel Pouw is ter illustratie hieronder toegevoegd.
Heel laat moest ik nog op zoek naar een invaller, omdat onze hoogste ratingspeler Bruno Jelic nog afzegde. De invaller werd Flip van ’t Riet. Dat betekende echter ook weer geschuif in de beoogde opstelling, rekening houdend met de kleurverdeling en voor Douwe opnieuw een nieuwe interne competitie-indeling.
’s Middags kregen we nog op het laatste moment te horen, dat onze vaste zaal vanwege verkiezingsperikelen of iets dergelijks niet voor ons beschikbaar was. Dat betekende een noodoplossing. We verhuisden naar de begane grond. De bibliotheek werd eenmalig de speelzaal. Het was behelpen, omdat tafels, stoelen en licht van felle spotjes (schaduwen op het bord) niet perfect was, maar dat is natuurlijk ook een kwestie van persoonlijke voorkeuren. Als compensatie kregen we de thee en koffie gratis. Er zijn ergere dingen in de wereld.
Verzwakt (gemiddelde rating 1847-1935) begonnen we dus aan de wedstrijd, maar later bleek dat ook Leek niet in de sterkste stelling was komen opdagen. Op naar de wedstrijd, op volgorde van uitslag.
Bord 3 – Kees Praagman (Leek, wit, 1956) – Hiddo Zuiderweg (LB, zwart, 1960): ½-½
Hier kwam een Franse verdediging op het bord. De heren waren niet echt strijdlustig deze avond en maakten er al vrij snel remise van.
Bord 4 – Marcel Pouw (LB, wit, 1872) – Tobias van Essen (Leek, 1861): 1-0
Vrijwel gelijkwaardig in rating, maar het werd een korte en vlotte aanvalspartij. Met commentaar van uw verslaggever volgt hier de partij.
Bord 1 – Aldert Jan Keessen (Leek, wit, 2136) – Klaas Dijkhuizen (LB, zwart, 1968): ½-½
Na jaren weer eens het Frans van stal gehaald met zwart. Het werd geen doorschuifvariant, want Aldert Jan ruilde op d5. Even leek het er in de opening op, dat zwart pion h7 onvoorzien cadeau moest doen, maar Aldert Jan ging er niet op in. Vanwege een complete ontwikkeling bij zwart leek de zaak dan ook met een pion minder in evenwicht.
Je bent desondanks na zo’n lange tijd (ruim 40 jaar geen Franse opening meer) natuurlijk niet op superbekend terrein. Even later dacht ik Pf3 te pennen, maar het simpele Pf3-g5† werd totaal niet gezien. Het geluk was aan mijn zijde, want ik had tussentijds wel f6 gespeeld en daarmee werd materiaalverlies voorkomen.
De stelling vervlakte en ik bood op de 21e zet remise aan en dat werd geaccepteerd. Het werd daarmee zowaar een vroegertje dit keer. Het was nog ver voor tienen.
Bord 2 – Ton van Ingen (LB, wit, 1946) – Sander Westerlaan (Leek, 2139): 0-1
Bijna 200 ratingpunten verschil, maar dat was gisteravond niet te merken. Sterker nog, Ton bouwde voor de zoveelste keer dit seizoen een superstelling op met het London-systeem (d4, Lf4). Vaak heeft hij de laatste maanden desondanks het deksel op de neus gekregen, omdat de genadeklap niet werd gevonden. Beiden rokeerden lang. Zwart leek helemaal platgedrukt te worden en had vele stukken die noodzakelijk ‘op stal’ stonden bij gebrek aan ruimte.
Ton ging langdurig op zoek naar een geforceerde materiaalwinst, mataanval of groot positioneel voordeel. Hij vond het niet. Gefocust op de zwarte koning en het centrum lette hij niet op na zwarts simpele g6. Na Ton’s eerdere lange witte rokade volgde niet het vrijwel standaardantwoord Kb1, maar later wel een dame op f4. De schok was groot toen Sander een zet later genadeloos Lh6 speelde. De penning was direct fataal. Ton gaf op.
Bord 6 – Ramon Middeljans (LB, wit, 1835) – Pieter Doller (Leek, 1829): 0-1
Na een Pirc-opening (e4-d6) leek Ramon weer met creatief spel richting de winst te gaan. De zwarte K-stelling was gedeeltelijk open en met een goed plan mogelijk ook open te breken. Pieter zette tussendoor zijn pionnen op de D-vleugel in beweging. Toch beging Ramon in het middenspel enkele onnauwkeurigheden, offerde of raakte een stuk kwijt, en de mogelijke winst raakte uit zicht. Pieter loste zijn moeilijkheden op en met de materiële voorsprong was het daarna niet zo moeilijk meer om de winst binnen te slepen. De tussenstand 2-3.
Bord 7 – Martien Veldman (Leek, wit, 1757) – Flip van ‘t Riet (LB, zwart, 1659): 0-1
Flip werd dus op het laatste moment onze invaller. Het begin van zijn partij heb ik grotendeels gemist. In het eindspel moest hij met dame, loper en drie pionnen opboksen tegen dame, paard en vier pionnen. De stelling oogde beter voor wit. Martien ging dan ook voor de winst en Flip zette zijn koning in de hoek en speelde wat met zijn loper heen en weer. Hopend op een doorbraak van één van zijn pionnen op de D-vleugel (twee tegen één). Vanzelfsprekend zou hij ook met remise tevreden zijn geweest.
Opeens was er ‘tumult’. Martien blunderde en reikte, licht mompelend, vrijwel direct de hand ten teken van overgave. Flip had echter de blunder nog niet direct opgemerkt, begreep het even niet helemaal, en dacht dat hij remise voorstelde. Martien was zo eerlijk om zijn overgave nog eens te benadrukken en dus was het plotseling weer 3-3.
Bord 8 – Boudewijn Hoogeboom (LB, wit, 1682) – Frans Huisman (Leek, 1787): 1-0
Boudewijn bereikte ook een prima stelling in het middenspel. Twee potentiële vrijpionnen op de c- en e-lijn, gedekt door Ld5, maakten het mogelijk om een toren voor een loper te offeren. Anders moest hij zich verzoenen met eeuwig schaak. Of de computeranalyse zijn keus goed vond, weet ik niet, want de stelling leek moeilijk te beoordelen. Frans raakte in tijdnood echter volledig de kluts kwijt. Een logisch schaakje op h8 werd niet gespeeld. Hierna had hij op de achterlijn Boudewijn zijn pionnen mogelijk onder vuur kunnen nemen. Hij speelde het niet, erger nog hij speelde Tg8. Boudewijn keek zoals Kasparov ooit naar Karpov keek in hun WK-tweekamp. Hij geloofde zijn ogen niet, maar sloeg gelukkig voor Lewenborg wel toe. Na enige tijd volgde Ld5 x Tg8 en zwart kon opgeven. Alweer een meevaller. Tussenstand 4-3.
Bord 5 – Jonathan Hannessen (Leek, wit, 2015) – Jan Wiebe van Veen (LB, zwart, 1852): 0-1
Ook bij Jan Wiebe kwam een Pirc-opening op het bord. Hij bereikte ook een positioneel betere stelling, maar wel heel gesloten. Een doorbraak leek er langere tijd voor beiden niet in te zitten. Wit sloeg een remiseaanbod af. Jan Wiebe kreeg via het centrum, m.n. langs de e- en f-lijn, in de slotfase beweging in de stelling. Zowel de e- en f-pion begonnen aan een opmars richting promotieveld. Ondanks twee witte torens en een dame was er geen kruid tegen gewassen en opeens was het compleet uit na een vork op e2 bij de torens.
‘Het kan verkeren’, zei Bredero al eens en dat bleek vanavond weer eens. Eindstand 5-3. Wel heb ik me weer eens verbaasd over het verschil in rating hier en daar in ons nadeel. Uit het spel leek de rating, qua stijl en sterke en mindere zetten, soms totaal niet bij het niveau van de rating te horen. Raadselachtig.
Gedetailleerde uitslag: https://nosbo.netstand.nl/rounds/view/413
