Maand: februari 2026

HSP/Veendam I – Lewenborg I ; 5½-2½

Terug naar ‘de Kern’. Lewenborg 1 verliest in Hoogezand

door: Klaas Dijkhuizen

‘When the night has come, and the land is dark, …’

De begintekst van ‘Stand by me’ van Ben E. King (1961). Een wonderschoon nummer gecombineerd met een klassiek orkest. Het is dinsdagavond 17 februari tegen half twaalf en ik rij in zware gedachten terug naar huis in Ten Boer. Het is een toepasselijke tekst na een dramatische avond in Hoogezand. Het nummer is volledig passend bij de duisternis en de status van de hersenpan. Maar, ‘No one stands by me’ op dat moment. Ik was alleen.

HSP/Veendam 1 was in de 5e ronde de tegenstander in wijkcentrum ‘de Kern’ in Hoogezand. Op papier was HSP zo’n 50 ratingpunten zwakker. Voor beide teams stond er niets meer op het spel, behalve de eer. Rudy Frieswijk was opnieuw invaller, omdat Hiddo Zuiderweg het jeugdschaak op zijn agenda had staan. Eerlijk gezegd, vooraf dacht ik niet dat we gingen verliezen. Dat bleek dus een misvatting.

Op volgorde van uitslag wat toelichtingen per partij.

 

Bord 4 – Bart Romijn (HSP, wit, 1838) – Marcel Pouw (LB, 1857): 0-1

De wedstrijd was eigenlijk nog maar net op gang toen Marcel me na een dik kwartier al mededeelde dat hij gewonnen had. Na een kleine dertien zetten was wit in nadelige zin in een voortreffelijke openingsvoorbereiding van Marcel getrapt en kennelijk ook op beslissende achterstand gezet.

‘De eerste klap is een daalder waard’, denk je dan. Maar gezegden zijn niet altijd een goede voorbode, bleek vanavond. Bart was zelf hierna al snel met maatschappij ‘de Noorderzon’ vertrokken naar elders. Enigszins begrijpelijk.

 

Bord 5 – Ramon Middeljans (LB, zwart, 1840) – Arjen Waijer (HSP, 1830): 0-1

Het lukte Ramon ook nu weer om het bord al snel in vuur en vlam te zetten. Na e4 en e5 volgde al snel f4 en daarna een riskante witte lange rokade. Arjen kon via de half open c-lijn de witte koning onder vuur nemen. Een penning van wits dame op de e-lijn maakte het nog lastiger voor Ramon.

Toch kroop hij stapje voor stapje uit de gevarenzone en leek in het middenspel zelfs weer een interessante en levensvatbare stelling op het bord te krijgen naar mijn beoordeling. Hierna kan ik dezelfde tekst als in de wedstrijd tegen Groningen weer gaan herhalen. Opeens stond de beginopstelling weer op het bord en Ramon rondlopen. Hij had verloren en ik had weer de hele slotfase gemist.

 

Bord 6 – Lucien Jerphanion (HSP, wit, 1826) – Jan Wiebe van Veen (LB, 1850): ½-½

Van Jan Wiebe zijn partij heb ik eigenlijk niet veel meegekregen. Remise.

 

Bord 7 – Rudy Frieswijk (LB, wit, 1720) – Kor Drenth (HSP, 1796): ½-½

Rudy kwam net als in zijn vorige invalbeurt weer met een goede stelling in het middenspel terecht. Met Pd6, gedekt door c5, wist hij dreigend de zwarte stelling binnen te dringen en daarmee de zwarte torens grotendeels lam te leggen. Voor mij leek het, dat hij vervolgens met zijn Dame en eigen torens de zwarte K-vleugel onder vuur kon nemen.  Daar is het kennelijk niet van gekomen. Opeens werd de vredespijp gerookt.

 

Bord 8 – Martin Hartman (HSP, wit, 1687) – Boudewijn Hoogeboom (LB, 1703): 1-0

Boudewijn kwam in een volledig gesloten en dichtgeschoven betonstelling terecht. Ogenschijnlijk was er geen enkele kans op offers of andere winnende strategieën. Er was maar één mogelijkheid voor beide en dat was loeren op een doorbraak via de a-lijn. Dat leek me echter redelijk gemakkelijk voorkomen te kunnen worden.

Ik zag Boudewijn opeens de noodzakelijke verdediger Pb6 terugtrekken en had er direct een slecht gevoel bij. Even later rolden dan ook de witte torens als een tankbataljon al bij zwart naar binnen. ‘Operatie Barbarossa’ bijna voor de kenners van WO II onder ons. Het was en leek direct beslissend. Tussenstand: 3-2 voor Hoogezand. Nog drie partijen, t.w. bord 1-3.

 

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, 2097, wit) – Wiebe Wielenga (HSP, 2003):  ½-½.

Bruno kwam in een Konings-Indische-partij terecht met f3 en zwart die aan beide kanten van het bord voor een fianchetto kiest. Via de h-lijn, na een lange rokade van wit, lijkt Bruno de beste kaarten in handen te hebben, mogelijk zelfs een winnende stelling. Toch wordt door wit een winnende combinatie en/of voortzetting niet gevonden. Zwart weet zelfs langzaam maar zeker alle aanvallende impulsen van wit te neutraliseren. De heren besluiten vervolgens het maar bij remise te houden.

 

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, wit, 1974) – Sander Sprik (HSP, 1892): 0-1

Ton kreeg weer het London-systeem op het bord. Volgens Nick Maatman nog steeds een saai systeem in zijn DVHN-rubriek. Voor de ‘echte schaakdeskundigen’ is het een opening, die bijna altijd tot aanvallend spel voor wit leidt als zwart niet actief speelt in de opening. De offermogelijkheden en lange-termijn-combinaties zijn vaak talrijk en schitterend. Ik kan het niet genoeg promoten.

Laten we kort en bondig zijn. Ton kreeg een totaal gewonnen stelling op het bord. Hij kon de genadeklap in twee zetten uitdelen ergens in het middenspel, maar koos voor een alternatief. Het bleek een kostbare beslissing. Sander drong nu zelf de kale witte stelling binnen en nam de Ton’s koning en pionnen gevaarlijk onder vuur. Ton kon er uitgeblust niets meer tegenover zetten en verloor.

 

Bord 2 – Erwin Reintke (HSP, wit, 1758) – Klaas Dijkhuizen (LB, 1975): 1-0

Meer dan 200 ratingpunten verschil. In de Aljechin achter het bord heb ik er niet veel van gemerkt. Op mijn eigen terrein, ik speel het al zo’n dikke dertig jaar, zou ik moeten weten waar ik op moet passen. Ik kom nog wel zonder problemen in een comfortabele stelling en zie aan het hoofdschudden van mijn tegenstander dat hij op onbekend terrein is.

Toch verslap ik even. Op zet 12-15 kom ik met achtereenvolgens d5, e5, f5 en f4. De laatste twee zetten zijn dan al ‘bewust’ dubieus. Omdat ik, na 14. c5 van wit, pionverlies over het hoofd zag, gooide ik daarom de knuppel maar in het hoenderhok. Stockfish meldt vanwege de goede opstelling van zwart zijn stukken slechts een klein minnetje. Ik had dus het pionnetje met een fraaie combinatie (niet opgemerkt) dan wel verloren, maar met een acceptabele en speelbare stelling. Erwin bleef na f4 stoïcijns en wikkelde en ruilde beheerst af naar een degelijke stelling met zelfs twee pionnen voorsprong. Het was kansloos voor ondergetekende en in het verre eindspel moest ik hem de hand reiken. Vervolgens mocht ik thuis de resterende haren uit het hoofd rukken en nog langdurig voor mij uit staren.

NOSBO beker SISSA – Lewenborg : 3½-½

door: Klaas Dijkhuizen

Lewenborg 1 (beker) verdwaalt in de ‘London Smog’ opnieuw tegen Sissa 1

Het is nog maar 17 dagen na de harde competitie-nederlaag (1-7) tegen Sissa 1. In de 2e bekerronde, gisteren 6 februari, waren ze opnieuw onze tegenstanders.

Gelukkig was Bruno Jelic, die zijn rating in twee maanden tijd omhoog wist te krikken naar 2097, nu bij ons wel van de partij. We konden daardoor op ons sterkst beginnen met verder ondergetekende (Klaas Dijkhuizen), Ton van Ingen en Hiddo Zuiderweg. Onderaan de streep was er nog maar sprake van gemiddeld 65 ratingpunten in ons nadeel. Dan heb je een kans, denk je dan en optimistisch als altijd.

De loting bepaalde dat Lewenborg wit had aan de oneven borden. Opmerkelijk was gisteren, dat zowel aan bord 1, 3 en 4 het vroeger wat ‘minderwaardig beoordeelde’ London Systeem op het bord kwam. Twee keer met wit door Bruno en Ton gespeeld en Hiddo die zich met zwart er tegen moest wapenen.

Persoonlijk speel ik de opening zelf ook al sinds begin jaren tachtig, uitmondend in de ‘partij van de eeuw’ Dijkhuizen-Sijbring 1985-11-13 en nog altijd de moeite waard om eens na spelen.

Even een uitstapje. De ‘London Smog’ was al sinds de 19e eeuw berucht en maakte vermoedelijk al heel lang regelmatig slachtoffers. Dat was helemaal het geval in en na december 1952. Het milieu speelde eigenlijk nog geen of nauwelijks rol in het menselijk bestaan. En dat hebben ze daar geweten. Door een combinatie van windstil en koud, vriezend weer gedurende een vijftal dagen ontstond een mist waarin de rook van de kachels (hout en kolen) een grote rol ging spelen. Het zicht ging terug naar minder dan een meter (!) op sommige momenten. De kachelrook werd samen met de mist elke dag giftiger en giftiger. Het eindresultaat: 4000-12000 doden, en honderdduizend zieken.

Op naar de ‘smog’ in de wedstrijd.

Bord 4 – Mathijs de Jong (2039, wit) – Hiddo Zuiderweg (LB, 1963): ½-½

Hiddo kwam dus met zwart in het London Systeem (d4-d5, Lf4-Pf6 etc.) terecht. Hij kreeg het heel moeilijk. Wit wist een ogenschijnlijk gevaarlijke aanval op te bouwen en Hiddo moest alle zeilen bijzetten om niet te verliezen. Toch raakte hij een pion achter. Met originele verdedigingszetten wist hij echter het grootste gevaar te keren, kennelijk ook de stelling te neutraliseren en uiteindelijk zelfs helemaal in evenwicht te brengen. Remise het eindresultaat, en de ‘smog’ dus overleefd.

Bord 3 – Ton van Ingen (LB, 1974, wit) – Edim Salihbegovic (2062): 0-1

Ook hier dus de ‘Londoner’. Ton toonde geen ontzag voor de bijna extra 100 ratingpunten van zijn tegenstander Edim. Na wat schermutselingen op de Damevleugel, wel met pionoffer van wit, begon Ton aan een K-aanval. Zijn koning bleef in het midden om tijd te winnen. Met Lb1, Lf4, Dc2, Th1, en pion f3, g4, h5 zag de stelling er veelbelovend uit. Toen hij met h5 de aanval op het fianchetto van zwart begon beoordeelde ik de stelling zelfs als ‘winnend’.

Maar Edim is een taaie en ook een originele verdediger. Langzaam wist hij met zwart de witte aanval te vertragen en te neutraliseren. Tussentijds begon hij te loeren op Ton’s koning. Ton moest meer en meer zijn aandacht vestigen op verdedigende taken. In deze ‘smog’ van aanval en tegenaanval waren er vele (?) mogelijke alternatieve zetten, die ‘met beter zicht’ achteraf gezien als ‘beter voor wit’ beoordeeld zouden worden. Ton vond ze niet tijdens de partij. Erger nog, Ton zijn koning werd een prooi en door Edim opgejaagd naar de damevleugel om daar ergens in een eenzame hoek ‘vermoord’ te worden. ’Gemiste’ kans voor Lewenborg, zei mijn gevoel.

Bord 2 – Gertjan Haan (wit, 2053) – Klaas Dijkhuizen(LB, 1975): 1-0

In mijn eigen partij werd begonnen met een b4-e5 opening, gevolgd door rustig openingsspel. Ik verzuimde licht voordeel te behalen met opmars e4, maar met wat manoeuvreerwerk van Pb8-a6-c7-e6 werd op de 16e zet een gelijkwaardige stelling bereikt. Langdurig, eigenlijk te lang, dacht ik vervolgens na over een paardoffer op f4 richting de witte koningsstelling. Het lukte maar niet om ‘iets’ beslissends te vinden en dus werd er vanaf gezien.

Direct erna en met de tijdsdruk van de klok er bij volgden een aantal positioneel zwakkere zetten. Gertjan greep zijn kans en liet meer los. Stapje voor stapje werd de strop om mijn hals dichtgeknoopt en met een ‘blooper’ zorgde ik voor een snelle dood. Langdurig bleef het gevoel hangen, dat ik iets gemist (daar is ie weer) had. Stockfish had er zijn bedenkingen bij.

Bord 1 – Bruno Jelic (LB, wit, 2097) – Kenneth Muller (zwart, 2113): 0-1

Bruno kwam als derde in een London-systeem terecht. Hier ging het in de partij er een stuk rustiger aan toe. Zwart kreeg een pionopstelling met c4, b5 en a6 op het bord, maar de stelling leek heel lang in evenwicht te zijn. Een koningsaanval voor wit, zoals bij Ton, lijkt er echter geen moment in te hebben gezeten. Toch, van verliesgevaar voor Bruno leek lange tijd geen sprake.

De slotfase van de partij heb ik vanwege eigen analyseerwerk gemist. Bruno verloor kennelijk ook het zicht in de London Smog, maakte ergens een cruciale fout en verloor ook. Uitschakeling in de beker was daarmee een feit.